Traumasensitief onderwijs

Steeds meer komen wetenschappers erachter, dat er veel kinderen rondlopen die een ingrijpende gebeurtenis in hun leven hebben meegemaakt. In november 2016 is er een onderzoek gepubliceerd door TNO, in opdracht van de Augeo Foundation, waarin voor het eerst kinderen zijn bevraagd.

Rapport Ik heb al veel meegemaakt

Adverse Childhood Experience

Het onderzoek dat de titel kreeg: ‘Ik heb al veel meegemaakt. Ingrijpende ervaringen van leerlingen uit groep 7en 8.‘ is gehouden onder 680 kinderen. Er bleek dat bijna de helft een of meer zogenaamde ACE’s (Adverse Childhood Experiences) had meegemaakt. Je kunt zeggen dat het beeld iets vertekent doordat ook echtscheiding hieronder valt, maar zelfs daarop gecorrigeerd heeft altijd nog ruim 32% ACE’s meegemaakt. Nu leidt niet elke ACE tot een getraumatiseerd kind, maar we weten inmiddels dat er ook veel meer getraumatiseerde kinderen rondlopen dan we vroeger ooit dachten. Een youtube filmpje over ACE’s vind je hier. De video van het Centrum Psychotherapie en Psychotrauma is Nederlands ondertiteld.

Uit bovengenoemd onderzoek bleek ook, dat leerkrachten en docenten op de vraag hoeveel van de kinderen in hun klas(sen) te maken hebben met dergelijke gebeurtenissen, bijna altijd een te laag aantal noemen.

Tijd om er meer aandacht aan te besteden dus.

Levensingrijpende gebeurtenis: wat is dat precies?

Wat valt onder de levensingrijpende gebeurtenissen, de zogenaamde ACE’s:

  • Kindermishandeling- en verwaarlozing
  • Seksueel misbruik
  • Ouders ernstig ziek of overleden
  • Geweld tussen ouders (of ex-partners, denk aan vechtscheiding)
  • Alcohol misbruik van ouders
  • Drugsgebruik van ouders
  • Psychiatrische aandoening bij ouders
  • Depressie of zelfmoord(poging) huisgenoot
  • Ouder(s) in de gevangenis
  • Bedreiging met een mes of vuurwapen

Levensingrijpende gebeurtenis en trauma

Om met het goede nieuws te beginnen: niet elk kind dat een ingrijpende gebeurtenis meemaakt, raakt getraumatiseerd. Een traumatische gebeurtenis is een gebeurtenis waarbij je leven bedreigd wordt of je lichamelijke integriteit in gevaar is en waarbij je volkomen machteloos bent. Als je een of meer van dergelijke gebeurtenissen meemaakt, loop je kans getraumatiseerd te raken. Voor het gemak wordt dat een trauma genoemd. Dat zorgt meteen voor spraakverwarring: van een trauma kun je dus een trauma oplopen. De kans dat een kind getraumatiseerd raakt kan door een aantal factoren vergroot worden:

  • Hoe jonger het kind dat de gebeurtenis meemaakt, hoe groter de kans dat het getraumatiseerd raakt.
  • Als de gebeurtenis zich herhaalt of als het kind blootstaat aan nieuwe traumatische gebeurtenissen, is de kans op trauma ook groter.
  • De betekenis die de gebeurtenis voor het kind heeft, speelt ook mee. Hoe groter de betekenis, hoe meer kans op trauma.
  • Als het geweld binnen een relatie plaatsvindt ( bijvoorbeeld het gezin) is de kans op trauma ook groter.
  • Als het ‘verraad’ door een hechtingsfiguur plaatsvindt (vader, moeder, verzorger) neemt de kans op trauma ook toe. Voor kindermishandeling gelden de laatste twee punten beide, dus het effect neemt toe.

Soorten trauma

  • Als een ingrijpende gebeurtenis eenmalig voorkomt en korte tijd duurt, kan een enkelvoudig trauma ontstaan.
  • Als er meerdere traumatische gebeurtenissen plaatsvinden in je leven, kan chronisch trauma ontstaan.
  • Als de traumatisering in de vroege kinderjaren plaatsvindt, spreken deskundigen van een vroegkinderlijk trauma of een complex trauma. De invloed op de ontwikkeling van de hersenen is groot (zie verderop).

Kindermishandeling wat valt daar precies onder?

Bij kindermishandeling wordt vaak gedacht aan kinderen die geslagen worden, maar onder deze noemer valt veel meer:

  • Lichamelijke mishandeling
  • Lichamelijke verwaarlozing
  • Emotionele of psychische mishandeling
  • Emotionele verwaarlozing
  • Seksueel misbruik
  • Getuige zijn van huiselijk geweld.
Voorkomen kindermishandeling. Bron NJI

Bron www.NJI.nl

Vaak wordt gedacht dat dit soort zaken niet vaak voorkomen. De cijfers liegen er echter niet om. Ongeveer 120.000 kinderen per jaar maken bovenstaande zaken mee. De meest voorkomende vorm is emotionele verwaarlozing. Volgens wetenschappers is de invloed daarvan zelfs nog groter dan fysieke mishandeling. Ook hier geldt weer dat niet elk kind getraumatiseerd raakt, maar wel dat dit soort gebeurtenissen invloed hebben op het gedrag dat deze kinderen in je klas laten zien. Het is belangrijk signalen van mogelijke mishandeling of seksueel misbruik te onderkennen. De speciaal ontwikkelde signalenkaart (per leeftijdscategorie) kanje daarbij helpen.

Invloed op de ontwikkeling: wat zie je op school

Kort gezegd kunnen kinderen problemen ontwikkelen op het gebied van zelfregulatie (emotieregulatie, impulsbeheersing), aandacht, aangaan en onderhouden van relaties, overtuigingen over henzelf, anderen en de wereld om hen heen. Op school kan het gedrag van deze kinderen leiden tot het idee dat men te maken heeft met kinderen die ADHD of ODD hebben. Deze kinderen vertonen nog als eens hyperactief gedrag, hebben vaker ruzie met klasgenoten of de leerkracht, zijn sneller boos dan andere kinderen, hebben hun aandacht niet bij de les, onthouden de lesstof niet en lijken weinig gemotiveerd om te leren.

 

Invloed op de ontwikkeling van het brein

Een kind dat een vroegkinderlijk trauma oploopt, zal daardoor een andere ontwikkeling van het brein hebben dan andere kinderen. Een van de dingen die in de knel komen is de ontwikkeling van de zelfregulatie. Zelfregulatie (het vermogen om je emoties en impulsen onder controle te houden) leer je van je opvoeders. Als een klein kind verdrietig is, wordt het getroost door de opvoeder. Die kalmeert en laat zien dat ook ‘erge dingen’ voorbij gaan. Ook woede wordt op die manier getemperd. Doordat de opvoeder het kind helpt zichzelf te reguleren, worden er in het brein neuronenpaden aangemaakt. Uiteindelijk leert het kind zichzelf reguleren. Als een kind niet opgroeit in een veilige situatie, leert het dit dus niet en zijn er uiteindelijk letterlijk nog geen verbindingen in de hersenen aangemaakt die kunnen zorgen voor zelfregulatie. Het kind kan het dus letterlijk niet zelf, omdat de fysieke mogelijkheid ervoor niet aanwezig is. Op school denken we dan vaak dat een kind dat zo ontregeld raakt gedurende een schooldag, dit niet wil. Uitspraken als: ‘Hij wil het maar niet leren’ of ‘Hij maakt van kleine dingen een enorm drama.’ kunnen dan het gevolg zijn, terwijl het kind gewoon het vermogen tot zelfregulatie mist. Video Harvard University

Gelukkig is die zelfregulatie alsnog aan te leren. Dat kost echter veel tijd en veel herhaling. Wat er voor nodig is om dit te leren is een kalme volwassene en een veilige (klasse- of school) omgeving. De rol van de leerkracht is hier dus enorm belangrijk!

Een klein stukje over die rol vind je als je op de videostill uit de onlinecursus Traumasensitief lesgeven van Augeo Foundation klikt. Het laden kan een ogenblik duren.

Augeofoundation: Still uit de cursus Steun geven bij trauma

Overactief stress systeem: wat zie je in de klas

Als je een leven met gewone stress leidt en er is niet iets aan de hand, is je brein in optimale arousel. Je bent dan wat men noemt in je Window of tolerance. In het Nederlands ook wel je raampje genoemd. Ook bij een beetje stress blijf je wel binnen dit raampje. Als de stress teveel wordt, is je brein in hyperarousel of in hypo arousel. Als de stress zakt, kom je vrij snel weer in de Window of Tolerance. Als er vaak teveel stress is, kom je steeds sneller in een staat van hyperarousel. Bij die laatste staat kom je in fight, flight of (active) freeze modus. Als er te vaak stress is, duurt het ook langer voor je weer in je raampje komt. Als de stress bijna onverdraaglijk wordt kun je ook in hypoarousel komen: een soort shutdown.

Window of Tolerance gedragsproblemen in de klas

 

Als kinderen voortdurend in een onveilige situatie leven, wordt hun stress systeem hyperactief en reageert het sneller dan bij kinderen die in een veilige situatie opgroeien. Dat zit als volg in elkaar. Ons brein bestaat uit drie delen:

  • het reptielenbrein: dit regelt ademhaling, hartslag, enz. Dit deel van het brein zorgt ook voor de fight-, flight- en freezemodus waarin je komt bij gevaar. Dit deel van het brein is snel.
  • Het zoogdierenbrein of limbisch systeem, met als kern de amygdala. De amygdala koppelt emoties aan ervaringen en scant de omgeving op gevaar. De amygdala reageert zeer snel en generaliseert gevaarlijke situaties. Hierdoor reageer je ook geschrokken als iets lijkt op wat als gevaarlijk is gelabeld door je brein.
  • De neocortex of het mensenbrein. Hiermee kun je leren, verstandig redeneren en logisch denken. De neocortex is een stuk trager dan de andere twee breinen. Bovendien worden de functies van de cortex gedeeltelijk uitgeschakeld als je in fight, flight of freeze modus bent. Je kunt bijvoorbeeld letterlijk minder goed gesproken taal begrijpen op dat moment.

 

drie breinen trauma

Bron: www.alshechtennietvanzelfgaat.nl (bewerkt)

 

Wat heeft dit alles te maken met het gedrag van getraumatiseerde kinderen in je klas? Als een kind veel stress ervaart door de onveilige situatie thuis, is het brein van dat kind extra alert. De amygdala neemt het zekere voor het onzekere en slaat ook alarm bij vermeend gevaar: voor de zekerheid. Als een kind dus weet dat stemverheffing van een verzorger betekent dat het klappen krijgt of uitgescholden wordt, zal het brein op dezelfde manier reageren als jij je stem verheft, ook al is er op dat moment geen gevaar. Het brein van het kind zorgt dan snel voor de fight-, flight-, of freezemodus om het gevaar voor te zijn. Wat je dan kunt zien in de klas is het volgende:

  • fightmodus: het kind wordt boos, schreeuwt, slaat, schopt, maakt dingen kapot of gooit met spullen.
  • flightmodus: het kind rent de klas uit, kruipt onder de tafel, wil van je weglopen als je het aanspreekt of wil je niet aankijken.
  • Active freeze: Het kind laat gelaten alles over zich heen komen. Het brein zoekt echter een uitweg.
  • Passive freeze: Het kind laat gelaten alles over zich heen komen. Shutdown. Het brein is nu naar binnengericht.

Een zeer belangrijk gegeven bij elk van deze toestanden is, dat het kind niet reageert vanuit de neocortex (rede, logisch denken), maar reageert vanuit het limbisch systeem en reptielenbrein (gericht op overleving). Het kind kan dingen zeggen en doen, die het in een stressvrije situatie nooit zou doen! De amygdala reageert bovendien sterker op lichaamshouding en gezichtsuitdrukking dan op gesproken taal. Jouw boze gezicht/ boze houding is op dat moment weer een trigger om in de ‘overlevingsmodus’ te blijven.

Toxische stress:

als een kind voortdurend blootgesteld wordt aan hevige stress, zoals bijvoorbeeld het geval is bij kindermishandeling, ontstaat toxiseche stress. een toetstand van permanente stress, die zeer schadelijk is voor het brein en de ontwikkeling ervan. Video Harvard University

Wat kun je doen in de klas:

Heel algemeen en weinig concreet gezegd, kun je als leerkracht het gedrag dat deze kinderen vertonen, op een andere manier proberen te bekijken. De gedragingen zijn divers, maar in een klas vaak wel problematisch: plotselinge uitbarstingen, hyperactief gedrag, erg angstig gedrag, controlezoekend gedrag, enz. Hierna een beknopte uiteenzetting die je daarbij kan helpen.

De onzichtbare koffer

De term onzichtbare koffer is geïntroduceerd door Coppens, Schneijderberg en Kregten (2015). Het is een metafoor voor de overtuigingen die een kind meedraagt door alles wat het heeft meegemaakt. Ook leerkrachten hebben zo’n onzichtbare koffer bij zich. Het kind kan door de meegemaakte traumatische gebeurtenissen als overtuigingen meedragen dat het er niet toe doet, niets waard is of dat volwassenen onbetrouwbaar zijn. Voordat het kind jouw klas binnenstapt, zijn die overtuigingen al aanwezig. De taak van leerkrachten en docenten is om die koffer opnieuw te vullen met betere overtuigingen. Hierover kun je wat horen in het filmpje eerder op deze pagina.

Cognitieve driehoek

Kinderen die getraumatiseerd zijn, vertonen allerlei gedrag waarvan ze zelf ook niet begrijpen waarom ze het vertonen. Ze worden bang of boos uit het niets, zo lijkt het. De relatie tussen hun gedachten, gevoel en gedrag (de cognitieve driehoek) moeten leerkrachten soms proberen uit te leggen. Bij kleuterleerkrachten vaak een vanzelfsprekend iets, maar verderop in de (basis)school niet meer echt gebruikelijk. Toch kan dit kinderen helpen te begrijpen waarom ze doen zoals ze doen.

Traumabril

Een ander, zeer verhelderend begrip is ‘de traumabril.’ Leerkrachten die kijken met een traumabril, hebben begrip voor het kind en zijn of haar gedrag. Ze snappen waar het gedrag door ontstaan is en veroordelen het kind niet om zijn gedrag. Dat betekent overigens niet dat een leerkracht die kijkt met een traumabril alles goed vindt. Integendeel: grenzen zijn juist nu ook nodig, want die geven veiligheid. Een leerkracht die met deze bril kijkt, zal proberen de kalme en betrouwbare volwassene te zijn die het kind de kans geeft te herstellen, weer te geloven dat het er mag zijn en te ervaren dat andere mensen niet allemaal gevaarlijk zijn.

Het mag duidelijk zijn dat werken aan een traumasensitieve school veel kan vergen van het team en van individuele leerkrachten. Je kunt dit alleen voor elkaar krijgen als je team echt een team is, waar leerkrachten ook oog en zorg hebben voor elkaar. Het mag ook duidelijk zijn dat de ondersteuning van deze groep kinderen een langdurige ondersteuning moet zijn. Het herstellen van de veerkracht kost veel tijd en veel herhaling.

 ACE’s gezien vanuit het kind: Wat kan de leerkracht doen?

Uit het blog Lenaschrijft:

De klas 1

De klas 2

Teamtraining traumasensitieve school

Als je als school meer wilt weten over de tweedaagse teamtraining Traumasensitief lesgeven / de traumasensitieve school klik dan op de link en scroll naar beneden.

 

 

Meer lezen/ handige websites:

Coppens, L.; Schneijderberg, M.; Kregten, C. van (2015). Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen. Een praktisch handboek voor het basisonderwijs. Amsterdam: SWP.

Horeweg, A. (2015). Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs. Houten: Lannoocampus.

 www.centrumseksueelgeweld.nl

www.vooreenveiligthuis.nl 

www.augeo.nl

Jongerentaskforce-Augeo

Bereik mij
Executieve functies

Aansturende regelfuncties of executieve functies: hoe beïnvloeden ze gedrag en leren? Lees meer.