ADD

Neem ook een kijkje op de pagina Executieve functies. (Veel kinderen met ADD hebben problemen op dit gebied).

Bedenk voortdurend dat dit een algemene  beschrijving is. Daarbij ontkom je niet aan generalisering. Kijk altijd naar het kind of de jongere zelf. Wat heeft deze leerling nodig in deze situatie, bij deze leraar?

Kinderen met ADD vallen vaak niet op in de klas. ADD wordt daarom een internaliserende stoornis genoemd. De problemen richten zich als het ware naar binnen; je merkt er in de omgeving vaak weinig van. Als deze kinderen erg intelligent zijn, compenseren ze hun tekortkomingen. Toch kun je als je goed kijkt wel kinderen (vaker meisjes dan jongens) zien waarbij het vermoeden rijst dat er “iets” aan de hand is. De moeilijkheid is dat ze dezelfde dingen tonen die we allemaal wel eens vertonen: dagdromen, niet opletten, te laat komen, niet opruimen, spullen kwijtraken, onzeker zijn, enz. Het verschil zit ‘m in de intensiteit, consistentie en frequentie. Als er bij een meisje al jaren op het rapport staat dat ze eens moet opletten en zich niet moet laten afleiden, moet er misschien een belletje gaan rinkelen. Uit onderzoek blijkt dat velen ‘niet ontdekt’ worden (Hooijer, e.a. 2018).

<Veel van de problemen die deze kinderen hebben, komen voort uit het niet goed functioneren van de executieve functies. Dit is het besturingssysteem van de cognitieve functies. Ze sturen gedrag en leren aan. Bijvoorbeeld: starten met een activiteit (taakinitiatie), aandacht richten, emotieregulatie, enz. Voor een uitgebreid overzicht kun je het artikel Executieve functies bekeken lezen.

Deze kinderen vertonen vaak een aantal van de volgende kenmerken:

  • Ze hebben meer dan gemiddeld moeite om aan het werk te gaan. Daar kunnen ze niets aan doen; Het heeft o.a. te maken met een dopamine tekort in de hersenen en een gebrek aan overzicht.
  • Ze slagen er niet in de aandacht bij de taak te houden, behalve als deze in hun ogen interessant is. Dit heeft natuurlijk iedereen, maar deze kinderen hebben dat véél sterker. Ook dit is neurobiologisch bepaald.
  • Zijn vaak dromerig (ADD: Alle Dagen Dromerig).
  • Hyperfocus: ze kunnen volledig opgaan in dat wat hen bezighoudt, waardoor ze vaak vergeten van taak te wisselen.
  • Denken vaak ver vooruit en weten dan niet wat er nu aan de orde is.
  • Geven te weinig aandacht aan details.
  • Lijken niet te luisteren, zelfs als ze rechtstreeks aangesproken worden.
  • Volgen aanwijzingen niet goed op, komen verplichtingen niet goed na.
  • Raken vaak dingen kwijt, hebben het huiswerk niet bij zich, enz.
  • Schrijven huiswerk niet in de agenda (of schrijven het wel op maar kijken er nooit meer naar).
  • Stellen alles uit tot het laatste moment, waardoor hun werk of taak te laat klaar is.
  • Weinig tijdsbesef, daarom komen ze vaak te laat.
  • Ze worden makkelijk afgeleid door uitwendige prikkels, maar ook door hun eigen gedachten.
  • Ze zijn vaak vergeetachtig bij dagelijkse activiteiten.
  • Deze kinderen kunnen vaak niet vertellen wat er net geleerd is, ook al weten ze het wel.
  • Ze zijn ongeorganiseerd en chaotisch.
  • In hun gedachten zijn ze vaak met twee of meer dingen tegelijk bezig.
  • Lijken dus rustig, maar hebben last van “chaos” in het hoofd; meerdere gedachtes tegelijk.
  • Reageren vaak met “vertraging” op een prikkel van buitenaf. De informatie komt wel binnen, maar de prikkelverwerking duurt langer. Wordt ook CST genoemd: Cognitive Sluggish Tempo (Becker & Barkley, 2015).
  • Moeite met het “produceren” van werk. Ze snappen de leerstof wel, maar krijgen het niet op papier.
  • Moeite met het sociale gebeuren in de klas. Ze hebben vaak weinig vrienden.
  • Moeite met overzicht houden tijdens balsporten.
  • Lijken vaak passief en inactief.
  • Kinderen met ADD hebben vaker dyslexie en/of dyscalculie.
  • Kinderen met ADD staan meestal niet graag in het middelpunt van belangstelling. Houd hier rekening mee bij spreekbeurten e.d.

Hiertegenover staan ook een flink aantal positieve kenmerken:

  • Ze zijn uitgerust met extra concentratievermogen bij interesse (hyperfocus).
  • Vaak zijn ze fantasierijk, met een groot voorstellingsvermogen.
  • Deze kinderen hebben vaak een creatief talent (acteren, zingen, schrijven, tekenen, enz.)
  • Handig.
  • Hebben vaak veel humor.
  • Ze zijn perfectionistisch.
  • Ze denken vaak ver voor uit.
  • Vaak hebben ze een groot probleemoplossend vermogen.
  • Thinking  ‘Outside the box.’
  • Ze zijn gevoelig, emotioneel en betrokken.
  • Ze willen graag maximale resultaten leveren.
  • Rustig (in gedrag, niet in hun hoofd).
  • Ze bezitten een groot inlevingsvermogen.
  • Ze zijn vaak veelzijdig.
  • Beschikken over veel doorzettingsvermogen.

Voorde leraar is het goed te weten dat ADD je wijze van denken, leren, waarnemen, werken en relaties met anderen beïnvloedt. Belangrijk om te weten is dat deze kinderen in de regel veel moeite hebben om aansluiting bij leeftijdsgenoten te vinden. Dit kan vooral in de puberteit leiden tot ernstige bijkomende problematiek, zoals faalangst, een zeer negatief zelfbeeld, angsten, depressie en zelfs zelfmoordgedachten (Weisz, 2018). Bovendien verdrinken ze naarmate ze ouder worden en ‘meer zelf zouden moeten kunnen’ vaak in hun eigen chaos.

Horeweg, A. (2021). ADHD in de klas. Tielt: Lannoocampus

Horeweg, A.(2021). ADHD in de klas.

Wat kun je doen in de klas?

Ga regelmatig met het kind in gesprek. Doe dit  ook regelmatig samen met de ouders. Kinderen met ADD komen soms ogenschijnlijk de schooldag goed door, maar ‘ storten thuis in’, omdat zo’n dag veel van ze vergt. Om een voor anderen ‘gewone’ concentratie op te brengen is een zware, zo niet onmogelijke, opgave voor deze kinderen. Je kunt dit aan kinderen overigens goed uitleggen aan de hand van de volgende boekjes:

In je groep zul je aanpassingen moeten doen op pedagogisch, organisatorisch en  didactisch gebied. Als leraar kun je het verschil maken voor deze kinderen en jongeren.

Leestip:

Algemeen:

  • Zet allereerst in op een goede relatie met het kind. Dat vergemakkelijkt op den duur het samen afspraken maken.
  • Het allerbelangrijkste is om de sterke kanten van het kind te benadrukken en die ook de kans geven zich te ontplooien. Deze kinderen hebben immers vaak last van een laag zelfbeeld, door alles wat er niet lukt.
  • Besef voortdurend dat het een kwestie is van onmacht en niet van onwil: ADD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis, waar het kind geen controle over heeft.
  • Kinderen met ADD kunnen zich soms wél goed concentreren; namelijk bij grote interesse voor een onderwerp. Dit kan lijken op ‘de boel in de maling nemen.’ Ook die concentratie bij interesse is een neurochemische (en dus niet te beïnvloeden) kwestie. Behalve door waanzinnig leuke lessen natuurlijk.
  • Bespreek (na overleg met kind en ouders) de problemen van het kind in de klas.
  • Houd goed in de gaten of het kind gepest wordt. Deze kinderen reageren meestal niet ad rem (ze hebben immers bedenktijd nodig) en zijn nogal eens minder goed in sport. Daarom is hun sociale status laag en kan pesten op de loer liggen.
  • Maak regelmatig contact met het kind om het weer bij de les te halen.
  • Het heeft geen zin het kind op een aparte plek zonder toezicht te zetten om verder te werken. Het kind zal wegdromen.
  • Het is wel zinvol om het kind een apart plekje te geven waar het zich kan terugtrekken als het hem teveel wordt.
  • Help deze kinderen altijd op gang en spoor veel aan. Doe dit op een positieve manier: mopperen werkt averechts. Vertel dus liever dat het goed is dat ze al iets afhebben, in plaats van te wijzen op wat nog moet gebeuren.
  • Besef dat een kind met ADD een ander tijdsbesef heeft (Barkley, 2020). Hij zal tijdsintervallen vaak overschatten. Een timer kan een nuttig hulpmiddel zijn.
  • Een kind met ADD zal taken uitstellen tot het (te) laatste moment. In bovenbouwgroepen, waar er van kinderen wordt verwacht dat ze al een beetje kunnen plannen, moet je deze kinderen extra hulp bieden (bijvoorbeeld met plannen en maken of leren van hun huiswerk).
  • Wees alert op overbelasting bij huiswerk. Op school merk je misschien niets aan het kind, maar thuis kan eventuele overbelasting de nodige problemen opleveren.
  • Zorg voor regelmatig contact met de ouders van het kind.
  • Wees alert op dyslexie en dyscalculie en TOS.

Instructie

  • Stel je instructiemateriaal af op hun problematiek: Zorg voor overzicht. Label materialen of onderdelen eventueel met kleuren.
  • Visualiseer zoveel mogelijk.
  • Houd rekening met een trage auditieve informatieverwerking: als je iets vraagt aan het kind, moet het er wat langer over nadenken dan een kind zonder ADD.
  • Gebruik niet alleen tekst, maar ook audiovisuele media.
  • Deze kinderen leren vaak sneller via de praktijk dan uit boeken.
  • Zorg voor routines in de klas en besteed aandacht aan automatisering (van bijvoorbeeld spellingregels of tafels), dit ontlast het werkgeheugen.
  • Geef bij belangrijke dingen vooraf aan te geven dat iets belangrijk is. Met dit ‘extra signaal’ kan het kind weer even goed opletten.
  • Geef het kind na afloop de ruimte om leerstof rustig te verwerken en verwacht niet direct een reactie.
  • Leer het kind om hulp tijdig om  te vragen.
  • Leer het kind taken in kleine stukjes te verdelen of help daarbij.
  • Haal voorkennis op, geef instructie in kleine stappen, maak het oefenen interactief en herhaal de aangeboden stof veel. Deze kinderen hebben een zwak werkgeheugen, activeren helpt de capaciteit beter gebruiken.
  • Laat je instructie na vertellen.
  • Controleer tussendoor of het kind nog op de goede weg is.

Vakoverschrijdende tips

  • Zorg als het kan voor uitdagende taken, dat voorkomt wegdromen.
  • Maak gebruik van chromebook en tablet, dit zijn vaak ‘sterke prikkels’.
  • Geef het kind wat meer tijd voor zijn taken, door de geringe concentratie duurt het werk langer. Je kunt het werk ook inkorten. Maak een doordachte selectie, denk aan het lesdoel.
  • Dek bij lezen een deel van de tekst af, dit scheelt afleiding.
  • Overhoor eventueel mondeling.
  • Aantekeningen overschrijven van het bord is lastig. Geef ze als het nodig is (in het uiterste geval) een kopie van jouw aantekeningen of van een snellere leerling.
  • Sommige kinderen werken beter met een mp3-speler in hun oren. Dit helpt ze zich te concentreren. Als je dat niet de hele dag wilt, zou je kunnen overwegen om dit wel bij toetsen te doen. Of het echt helpt is sterk individueel bepaald, maar uitproberen kan geen kwaad.
  • Multiple choice vragen kunnen voor sommige kinderen met ADD erg lastig zijn. Om de minieme verschillen te zien, moeten ze zich heel erg concentreren. Het is beter om open vragen te stellen.

Schrijven

  • Zorg eventueel voor schriften met tussenregels (zoals je gebruikt in de onderbouw) als het handschrift slecht is.
  • Kijk of er extra schrijfles gegeven kan worden. Gebruik bijvoorbeeld ‘Schrift.’ Bij deze methode kan de leerkracht expliciete feedback geven (Hamerling en Scholten, 2020).
  • Bekijk of ze beter schrijven met een anders soort pen (bijvoorbeeld een stabilo) of een schrijfpotlood.
  • Gebruik korte overschrijfoefeningen. Je kunt beter twee keer vijf regels op een dag oefenen, dan één keer tien.
  • Herhaal het soort oefening, maar verander de tekst.
  • Neem fouten die veel gemaakt worden samen door.

Lezen

  • Geef het kind het liefst boeken met korte verhalen. Ze zijn snel de draad kwijt in een tekst.
  • Leer het kind herhaald lezen aan. Denk aan closereading,
  • Zorg voor teksten die aansluiten bij de belangstelling, zo kunnen ze zich beter concentreren (Dit geldt trouwens voor elke lezer).
  • Dek eventueel een deel van de tekst af.

Rekenen

  • Visualiseer je uitleg: gebruik een telraam, een abacus, je digibord, enz.
  • Laat gebruik maken van een tafelkaart. Aanleren van tafels is een vorm van automatiseren. Dat duurt veel langer bij deze kinderen en lukt soms in het geheel niet.
  • Besteed meer aandacht aan automatiseren: elke dag 10 minuten.
  • Klokkijken, procenten, breuken en staartdelingen kunnen een struikelblok kunnen zijn. Rekenkundig inzicht ontbreekt vaak.
  • Verdeel de taak in stukjes. Geef bijvoorbeeld een blad met één of twee rijtjes sommen (kopie) of dek een gedeelte van het werk af.
  • Laat het kind alleen de antwoorden achter de sommen zetten op een gekopieerd blad, dat scheelt bergen concentratie. De sommen goed overschrijven is al een klus op zich.

rekenen1

Wereldoriëntatie

  • Kinderen met ADD hebben moeite met het leren van topografie. Een handige ondersteuning die ook voor deze kinderen werkt, vind je op de NLD pagina.
  • Het leren van jaartallen bij geschiedenis, kan moeilijkheden opleveren. Spreek eventueel een minimum aan ‘belangrijkste jaartallen’ af.  Maak een tijdlijn, zoek er afbeeldingen bij als dat mogelijk is. Hoe meer je visueel maakt, hoe beter het onthouden zal gaan.
  • Een bordles overschrijven kost ze heel veel moeite en levert vooral frustratie op. Geef ze een kopie met (een deel) van jouw aantekeningen als dat nodig is.
  • Zorg voor extra ondersteuning bij spreekbeurten, e.d. Deze kinderen staan niet graag in het middelpunt van belangstelling. Laat de spreekbeurt eventueel met z’n tweeën doen.

Gym

  • Kinderen met ADD hebben moeite met overzicht en hebben bovendien een trage reactie. Ze zullen daarom vaak als laatste gekozen worden. Kies de partijen zelf en voorkom dit (beter voor alle kinderen die altijd het laatst gekozen worden!).
  • Deze kinderen hebben over het algemeen wat minder energie.
  • Gym (sport) heeft overigens wel een dopamine verhogende werking, waardoor ze na de sportles meer alert zijn. Een toets of een lastige instructie plannen na de gymles kan handig zijn.

Expressievakken:

  • Geen tips nodig. Over het algemeen zijn kinderen met ADD heel creatief. Gebruik die sterke kant! Neem hun werk als voorbeeld, laat ze andere kinderen helpen, hang hun werk in de klas, enz.
  • Deze kinderen zijn soms ook handig met het in en uit elkaar halen van dingen. Ze hebben vaak technisch inzicht.
  • Zorg voor goede instructies bij het opruimen, want geordend zijn deze kinderen niet.

Sociaal emotioneel

  • Stimuleer het maken van sociaal contact. Kinderen met ADD zijn soms terughoudend in contact zoeken. Stimuleer ze en help om vriendschappen te sluiten. Zelf voelen ze zichzelf  nogal eens ‘anders’ dan klasgenootjes.
  • Wees extra alert op pestgedrag. Kinderen uit de klas voelen ook dat deze kinderen ‘anders’ zijn.
  • Sommige van deze kinderen spelen in de pauze liever niet in een groep, omdat ze daar het overzicht kwijtraken. Koppel het kind aan één vriendje of geef het kind een taakje dat het in de pauze mag doen.
  • Kinderen met ADD, hebben vaak een negatief zelfbeeld: Ik ben dom, ik kan niks. Geef veel positieve bekrachtiging bij wat wel lukt. Geef ook complimenten voor de inspanning!
  • ADD gaat vaak samen met angst. (Horeweg, 2021). Als je dat merkt, doe de dingen die spannend zijn samen met het kind of laat met een klasgenootje werken.
ADD in de klas? Lees Wat stuitert daar door je klas? Horeweg 2017

Huiswerk:

In de midden- en bovenbouw krijgen de kinderen op sommige scholen te maken met huiswerk. De leerkracht leert de kinderen daar mee om te gaan. Je maakt afspraken, geeft misschien wel een agenda, leert de kinderen hoe je die invult, hoe je moet plannen, enz. Voor kinderen met ADD kost dat meer moeite. Controleer extra of het lukt. Mopperen (hoe begrijpelijk dat ook is) dat ze hun huiswerk alwéér vergeten zijn, helpt niet en werkt vooral averechts.

  • Maak samen met het kind een plan om het huiswerk te maken of laat dit met een klasgenoot doen. Gebruik eventueel de huiswerkplanner.
  • Geef eventueel een set (werk)boeken in bruikleen voor thuis. Dat scheelt alvast de ergernis van ‘boek vergeten.’ Geef de boeken niet aan het kind mee, maar aan de ouders.
  • Spreek met het kind een deadline af die vóór de eigenlijke deadline valt. Overhoor het kind die dag kort. Kinderen met ADD hebben altijd een deadline nodig. Die halen ze niet altijd,  maar zonder deadline gebeurt er waarschijnlijk helemaal niets.
  • Leer het kind te werken met de dagplanner voor huiswerk.
  • Controleer desnoods na schooltijd samen of het werk voor die ene dag gedaan is. Zo is het werk in kleine stapjes verdeeld en is er meer kans op succes.

Een niet goed onderkend probleem; meisjes met ADD:

ADD komt vaker voor bij meisjes, maar wordt ook vaker niet onderkend. Dat komt deels doordat meisjes anders “omgaan” met hun stoornis. Een meisje dat een toets niet haalt, zal zichzelf stom vinden en daar op reageren met extra inspanning. Jongens  geven eerder op. Zij vinden vooral de toets stom. Meisjes behalen ondanks hun ADD tóch goede resultaten en worden niet opgemerkt. “Ik zat uren aan mijn huiswerk samen met mijn moeder, om er toch vooral maar voor te zorgen dat het lukte. Zo kon ik bewijzen dat ik niet dom was.” Als het meisje voldoende intelligent is, kan ze lang compenseren en strandt ze vaak pas in de bovenbouw van het vo, of op het mbo/hbo/wo. (Horeweg, 2021).

Leestip:

Een korte vergelijking met ADHD levert alvast een globale indruk op van de verschillen èn de overeenkomsten tussen deze twee stoornissen.

 ADD

  • Het kind kan moeilijk op gang komen bij een opdracht.
  • Het kind slechts kan één ding tegelijk doen.
  • Vaak veel wisselende en verschillende activiteiten.
  • Hypo-actief (geconcentreerd op één onderwerp of interesse).
  • Het kind dagdroomt en zit veel in eigen gedachten en fantasieën.
  • Begint vaak niet meteen nadat je instructie hebt gegeven.
  • Het kind werkt langzaam.
  • Het kind zet niet door.
  • Sterk inlevingsvermogen
  • Functioneel op achtergrond.
  • Komt meer voor bij meisjes.
  • Kijkt de kat uit de boom voor het iets doet.
  • Internaliseert emoties. Je ziet dus niet veel aan de buitenkant.
  • Vervangt onzekerheid door te analyseren.
  • Verwerkt informatie langzamer dan kind met ADHD.

ADHD

  • Het kind kan moeilijk rustig aan doen wanneer het ergens mee bezig is.
  • Het kind doet meerdere dingen tegelijk, waardoor veel ‘half’.
  • Meestal denkt het niet na over de gevolgen van zijn handelen.
  • Hyperactief, veel bewegen, veel praten.
  • Het kind is snel afgeleid door prikkels van buitenaf (contextuele aandacht).
  • Begint al voordat je instructie klaar is.
  • Het kind gaat met een rap tempo door verschillende werkzaamheden heen.
  • Het kind geeft snel op, zeker bij saaie taken.
  • Minder inlevingsvermogen.
  • Functioneel op voorgrond.
  • Komt meer voor bij jongens.
  • Handelt direct en impulsief.
  • Externaliseert emoties. Je ziet dus goed wat de stemming van het kind is.
  • Veel stemmingswisselingen, snel geïrriteerd. (Barkley, 2018).
  • Vervangt onzekerheid door grappen/ humor.
  • Verwerkt informatie sneller dan een kind met ADD.
Topboeken over ADD:

Literatuur:

Barkley RA. (2018). Emotional dysregulation is a core component of ADHD. In RA. Barkley (Ed.), Attention-deficit hyperactivity disorder. A handbook for diagnosis and treatment (4th ed.) New York: Guilford Press

Becker, S. P. & Barkley, R. A. in: Banaschewski, T. (eds.). ,  Coghill, D. & Zuddas, A. (2018). Oxford textbook of attention deficit hyperactivity disorder (pp. 147– 153). Oxford, UK: Oxford University Press.

Brown, T. E. Het ADD syndroom. Een nieuwe kijk op ADD/ADHD. Amsterdam: Pearson.

Deckers, E. (2010) Alle Dagen DromenVoor iedereen die zich wel eens “anders” voelt. Een meisje met ADD vertelt in stripvorm wat het betekent om ADD te hebben. Te bestellen op:  http://www.elsdeckers.com

Hamerling, B. & Scholten, A. (2020). Schrift. Groningen: Thiememeulenhoff

G. Hooijer-Wojciechowska (2018). ADHD-netwerkmeeting: zelfbeeldschade bij een late diagnose, over de impact van onbehandelde ADHD op zelfbeeld en persoonlijkheid [presentatie].

Horeweg, A. (2017). Wat stuitert daar door je klas? Over kinderen met ADHD en hun leraren. Houten: Lannoocampus.

Horeweg, A. (2021). Handboek Gedrag op school. (Deel 1). Huizen: Pica.

Horeweg, A. (2021). ADHD in de klas. Praktische gids voor leraren. Tielt: Lannoocampus.

Lieshout, T. van (2018). Pedagogische adviezen voor speciale kinderen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Quinn, P.O.; Nadeau, K.G. and Littman, E.B. (1999). Understanding girls with AD/HD. Silver Spring: Advantage Books.

Van de Sande, J. (2018). Druk en dromerig. ADHD bij meisjes voor ouders, leerkrachten en meisjes. Amsterdam: SWP.

Weisz, J. R., Kuppens, S., Ng, M. Y., Vaughn-Coaxum, R. A., Ugueto, A. M., Eckshtain, D., & Corteselli, K. A. (2018). Are Psychotherapies for Young People Growing Stronger? Tracking Trends Over Time for Youth Anxiety, Depression, Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder, and Conduct Problems. Perspectives on Psychological Science, 174569161880543. doi:10.1177/1745691618805436

Windt, K. (2008). ADD Onzichtbare obstakels. Zoeken naar omwegen. Almere/Enschede: Uitgeverij van de Berg.

Meer lezen? In wat Stuitert daar door je klas?  en in Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs zijn ook hoofdstukken over ADD opgenomen. Klik op de boeken onderaan de pagina.

Wil je een lezing over ADHD/ODD voor jouw team? Klik hier.

Bestel mijn boeken

Bereik mij
Executieve functies

Uitvoerende regelfuncties of executieve functies: hoe beïnvloeden ze gedrag en leren? Lees meer.