Executieve functies, wat zijn dat:

Executieve functies of uitvoerende regelfuncties: processen in je brein die je (sociaal)gedrag en je leren aansturen (Huizinga & Smidts, 2017). Er zijn evenveel indeling als auteurs en de hoeveelheid executieve functies die beschreven worden variëren van acht tot drieenveertig. (Zie Stibco voor een mooi overzicht. Van Doorn, 2016) Ik houd de volgende indeling aan (Brown, 2009):

  • Inhibitie (de mate waarin je gedrag kunt uitstellen, afremmen of stoppen),
  • Cognitieve flexibiliteit ( kunnen schakelen tussen situaties of oplossingsmethoden),
  • Werkgeheugen (informatie selecteren, tijdelijk vasthouden en ermee ‘werken.’),
  • Planning en organisatie (wat ga ik doen en hoe doe ik dat?),
  • Aandacht richten, volhouden, verdelen (zeg maar: je hoofd bij de les houden)
  • Metacognitie (denken over wat je doet, kijken of dat goed gaat, bijstellen indien nodig).

Kernfuncties:

Hoewel het aantal executieve functies wisselt per auteur, zijn wetenschappers het er wel over eens wat de drie ‘kern executieve functies’ zijn: inhibitie, werkgeheugen, cognitieve flexibiliteit (Van Doorn, 2018, Smidts, 2020).

Kinderen met een gedrags- of ontwikkelingsstoornis hebben vaker problemen op het gebied van executief functioneren dan andere kinderen. Hoewel de moeilijkheden per stoornis en per kind verschillen, is er wel een algemeen beeld te schetsen. Hiermee krijg je inzicht in en begrip voor soms voor ons onbegrijpelijke problemen die kinderen met bijvoorbeeld AD(H)D, ASS, dyslexie, dyscalculie en oppositioneel opstandige gedragsstoornis (ODD) hebben. Ook hoogbegaafde kinderen en kinderen met vroegkinderlijk chronisch trauma hebben vaker problemen op dit gebied. Overigens heeft ieder kind bepaalde sterktes en zwaktes in zijn executief functioneren, daar hoef je geen ontwikkelingsstoornis voor te hebben.

Wat doen deze executieve functies dan bij ieder van ons als het goed gaat?  Zoals gezegd: deze functies zijn aansturend en controlerend voor je hele doen en laten. Ze beïnvloeden je gedrag en je leren. Die aansturing gebeurt grotendeels onbewust. Je gebruikt je executieve functies (vanaf nu afgekort tot ef’s),vooral in nieuwe situaties en minder in situaties die je vaak meemaakt. Hoewel in aanleg natuurlijk al aanwezig, zijn executieve vaardigheden zeker in het begin nog lang niet ‘volmaakt’ en worden ze lang niet altijd toegepast. Je ef’s ontwikkelen zich door tot in de volwassenheid. Ook in het voortgezet onderwijs moeten leraren tot in de late adolescentie de prefrontale cortex zijn voor jongeren (Jolles, 2017).

Een kleuter die het koekje van je tafel pikt, doet iets wat niet mag. De executieve functie ‘inhibitie’ is echter nog niet zodanig ontwikkeld dat de kleuter, ook al weet hij best dat het niet mag, zich in kan houden.

Omdat ef’s gecompliceerde processen zijn in je brein, die elkaar bovendien beïnvloeden, kun je niet makkelijk zeggen welk gedrag van welke ef komt. Een voorbeeld kan dit verduidelijken:

Stel je voor dat een kind in de klas goed oplet tijdens jouw instructie. Komt dat dan doordat hij goed zijn aandacht kan richten, zijn aandacht goed kan volhouden of komt dat omdat hij zijn impulsieve neiging tot reageren op andere prikkels kan onderdrukken?

Wat hebben executieve functies te maken met school?

Executieve functies bepalen in hoge mate je schoolsucces. Misschien zelfs wel meer dan intelligentie. Dat komt omdat ef’s helpen met het vertonen van doelgericht gedrag. Je kunt wel intelligent zijn, maar als je afgeleid wordt door elke prikkel in de klas of elke inwendige prikkel (denk aan kinderen met ADHD of ASS) dan wordt leren een stuk moeilijker. Ef’s zijn in nieuwe situaties hard nodig. Aangezien je op school veel nieuws leert, heb je daar je ef’s dus hard nodig. Het is daarom handig op school routines in te bouwen. Dat ontlast de executieve functies.

Taakinitiatie, planning, overzicht

Taakinitiatie: Kinderen die moeite hebben met taakinitiatie herken je wel in je klas. Ze gaan vrijwel nooit meteen aan het werk, maar gaan nog even een potlood slijpen, naar het toilet of beginnen iets anders, als het maar niet hun werk is.

Planning: Kinderen die moeite hebben met planning, vergeten aan hun werkstuk te beginnen, hebben aan het eind van de week hun weektaak nog niet af of laten hun huiswerk thuis liggen, waarbij de vraag is of het wel af is. Ze kunnen eenvoudigweg geen plan maken om te beginnen. En ja, ook voor beginnen met de taalles heb je een plan(netje) nodig. Tussen het zevende en twaalfde jaar gaan kinderen steeds beter redeneren. Rond hun twaalfde gaan ze echt strategieën gebruiken. Maar pas in het midden van de puberteit worden de plannen meer doordacht en worden bijvoorbeeld ‘foute’ stappen in het plan al redenerend weer verwijderd. (Smidts & Huizinga, 2017).

Door gebrek aan overzicht kunnen zij hun taken moeilijk organiseren. Ze weten niet wanneer ze moeten beginnen en ook niet waarmee. Ze weten geen volgorde aan te brengen en hebben geen overzicht over de weg naar het doel. Je herkent deze kinderen in je klas makkelijk: Hun kastje ziet er vaak uit als een vuilnisbelt.

Leestip:
[bol_product_links block_id=”bol_5d0f6120487c0_selected-products” products=”9200000015466875″ name=”Zelf Plannen Trainershandleiding – 2″ sub_id=”” link_color=”E54D42″ subtitle_color=”656565″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E54D42″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”BADCEA” width=”320″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”0″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Aandacht richten, verdelen en volhouden

Je aandacht richten op iets betekent dat je prikkels kunt indelen naar belangrijkheid en je dan kunt richten op de meest relevante. Sommige wetenschappers zeggen dan ook dat aandacht richten en inhibitie (je gedrag remmen) zich samen ontwikkelen (BArkley, 2013). In de klas herken je deze kinderen gemakkelijk: ze letten meestal niet meteen op, je moet ze “erbij slepen.”

Aandacht verdelen: Als deze kinderen aan het werk zijn en je wilt even hun aandacht, heb je grote kans dat zij niets oppikken van je boodschap.

Aandacht volhouden is, zeker bij saaie taken erg moeilijk. Deze kinderen herken je aan snel afgeleid zijn, maar ook aan het afraffelen van hun werk (Horeweg, 2017). Je blijvend inspannen voor een (saaie) taak is moeilijk. Het doel dat je wilt bereiken voor ogen blijven houden, ondanks afleidingen en tegenslagen.

 

Emotieregulatie

Je gedrag in de hand houden dat voortvloeit uit emoties, dat is emotieregulatie. Een kind dat boos wordt, heeft misschien de neiging te gaan slaan, maar dat doet het niet. Het loopt naar de juf om je beklag te doen. Als je merkt wat er binnenin je gebeurt en je kunt daar controle op uitoefenen, dan heb je een goede ‘emotieregulatie.’  Sommige kinderen hebben moeite om hun emoties te beheersen. Ze worden er als het ware door overspoeld (Brown, 2010).

Heel sterk zie je dat terug bij kinderen met oppositioneel opstandige gedragsstoornis (ODD) en soms zie je dat ook terug bij kinderen met ADHD of ASS. Ook andere kinderen kunnen hier last van hebben. Hoewel die gebrekkige regulatie geldt voor alle emoties (dus ook bijvoorbeeld verdriet of angst), springen de woede uitbarstingen vaak het meest in het oog. Belangrijk: Stress zorgt ervoor dat het lastiger is je emoties te reguleren. Je reageert eerder primair. Dat geldt voor iedereen, ook voor de leerkracht.

Werkgeheugen

Volgens Klingberg (2011), is dit de moeder van alle ef’s. Met het werkgeheugen kun je informatie letterlijk bewerken. Het werkgeheugen regelt de informatiestromen in je geheugen. Het bepaalt wat nu relevant is, wat later en wat meteen overboord kan. Het zorgt er ook voor dat informatie uit het lange termijn geheugen op het juiste moment beschikbaar is.  Tegelijkertijd moet je de opdracht waar je aan werkt in de gaten houden (Kosslyn & Koenig, 1995). Je werkgeheugen helpt ook je eigen gedrag te monitoren. Dit alles moet ook nog met voldoende snelheid. Het werkgeheugen levert dus een grote bijdrage aan goede schoolprestaties (Swanson & Siegel, 2001).)

Kinderen met een zwak (ker) werkgeheugen herken je in de klas wel. De instructie is net gegeven en zij vragen ‘juf wat moet ik doen?’ Dat ‘niet weten wat je moet doen’ kan ook komen door de combinatie met aandacht richten, aandacht volhouden en een zwakke inhibitie. Ik zei het al eerder: soms zie je niet precies wat de oorzaak van een probleem is.

Inhibitie

Dit is het vermogen om je gedrag te remmen. Het zal je niet verbazen dat bij kinderen met ADHD inhibitie slecht ontwikkeld is. Deze “rem” zorgt ervoor dat je gedrag kunt inhouden, onsuccesvol gedrag kunt stoppen en je kunt verzetten tegen afleidende prikkels, zelfs als die leuker zijn. Je inhibitie heb je dus nodig om te kunnen leren, maar ook in de omgang met anderen heb je deze rem nodig. Kinderen met een gebrekkige inhibitie flappen er nog wel eens iets uit, of doen iets waar ze even later spijt van hebben.

Cognitieve flexibiliteit

Dit vermogen stelt je in staat om van aanpak te wisselen als de omstandigheden veranderen of als je merkt dat je aanpak niet succesvol is. Kinderen met een (zeer) gebrekkige cognitieve flexibiliteit raken ernstig van slag als je onverwachte dingen doet in je klas.

Time management

Wordt ook vaak genoemd als executieve functie. Kinderen die hier niet goed in zijn, schatten de tijd die ze voor hun (huis)werk nodig hebben totaal verkeerd in. Deze tijd schatten ze te kort, terwijl ze hun vrije tijd of de beschikbare tijd als veel te lang inschatten. Kinderen met een gebrekkig timemanagement willen in het vo nog wel eens te laat op afspraken komen.

Metacognitie

Soms als executieve functie genoemd, soms als overkoepelende vaardigheid benoemd. Denken over je denken. Bekijken of je de goede dingen nog doet. Moet je aanpak bijgesteld? Werk ik efficënt zo? Inzicht hebben in je eigen leerproces. ‘Leren leren.’ Wat doe ik? Draagt het bij aan het doel dat ik wil bereiken? Als ik vastloop, komt dat dan ook door mijn eigen aanpak? Zonder dit vermogen heb je het in school lastiger. Je herkent dit in de klas doordat kinderen bijvoorbeeld hun eigen aandeel in conflicten niet zien ( ‘Ja, maar hij…”, of doordat ze hun werk nooit controleren omdat het toch wel goed zal zijn.

Zwakke executieve functies: wat kun je doen in je klas

Zoals gezegd bepalen executieve functies mede (en misschien wel vooral) je succes op school. Het is daarom van belang dat kinderen met bepaalde zwaktes in hun ef’s extra ondersteund worden. Heel veel van wat een leerkracht op school doet, draagt al bij aan het trainen en beter ontwikkelen van ef’s. Als je je er bewust van bent waarom je bepaalde gedragingen  moet stimuleren, kun je daar nog beter rekening mee houden. Er zijn dus een aantal algemene zaken die je kunt toepassen.

  • Pas de taak/omgeving aan en leer het kind nieuwe vaardigheden aan.
  • De taak aanpassen betekent in de praktijk vaak: korte eenduidige opdrachten, verlengde instructie, navertellen van de opdracht,snelle(re) controle of het goed gaat, veel aanmoediging en visuele ondersteuning d.m.v. stappenplannen.
  • Zorg voor structuur. Kinderen met zwakke ef’s hebben zelf geen structuur. Een vaste routine in je klas en een zichtbaar dagplan helpt al heel goed.
  • Rustig werken in de klas. Als er geen afleidende prikkels zijn, helpt dat kinderen focussen op hun werk (Schmeier & Horeweg, 2019).
  • Noem het doel van de les. Het helpt kinderen focussen op dat wat geleerd moet worden.
  • Haal voorkennis op: dat activeert het werkgeheugen (Didau & Rose, 2019).
  • Leren om eerst na te denken wat je nodig hebt voor je begint. Dat kun je bijvoorbeeld aan leren m.b.v. een checklist. Dat lijkt overbodig, maar voor kinderen die moeite hebben met plannen en overzicht houden of kinderen met een zwakker werkgeheugen, zijn checklists een uitkomst.
  • Bespreken wat er fout is gegaan en het kind oplossingen laten verzinnen om de fout te voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan vaak je huiswerk vergeten. Door erover te praten (in plaats van te mopperen) worden ef’s getraind.
Leestip:
[bol_product_links block_id=”bol_5d0f61537632e_selected-products” products=”9200000036350009″ name=”Beter bij de les: handleiding” sub_id=”” link_color=”E54D42″ subtitle_color=”656565″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E54D42″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”BADCEA” width=”320″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”0″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Aanpassen van je instructie:

  • Laat de instructie altijd verlopen volgens dit patroon: terugblik, voorkennis activeren, uitleggen/voordoen, laten navertellen/nadoen. Hierbij is vooral het laten navertellen of nadoen van groot belang. Kinderen met zwakke(re) ef’s ‘missen’ nog al eens stukjes uit je verhaal. Ze denken dan wel dat ze je instructie begrepen hebben, maar dit blijkt niet zo te zijn. Voor de structuur in je les kun je het EDI model gebruiken (Hollingsworth & Ybarra, 2015, 2020)
  • Houd de instructie kort en interactief. Alleen luisteren gaat deze kinderen vaak minder goed af.
  • Leg niet teveel stappen ineens uit. Beter één probleem per keer.
  • Wees zeer specifiek.
  • Geef waar mogelijk visuele ondersteuning, liefst één die ook na de instructie beschikbaar is. Denk aan stappenplannen die je op je tafel kunt houden.

Aanpak bij een zwakke taakinitiatie:

Kinderen met een zwakke taakinitiatie, zijn kinderen die niet makkelijk aan het werk te krijgen zijn. Ze zijn wel met van alles bezig, maar niet met hun werk. Omdat een zwakke taakinitiatie meestal gelijk opgaat met geen overzicht hebben en niet goed kunnen plannen, kun je deze kinderen vaak sneller aan het werk krijgen als

  • je de te nemen stappen duidelijk maakt voor ze.
  • Ze even kort op weg helpt als ze moeten beginnen.

 

Top boeken over executieve functies:

[bol_product_links block_id=”bol_5d0f60647fcef_selected-products” products=”9200000086047446″ name=”Zelfsturing in de klas” sub_id=”” link_color=”E54D42″ subtitle_color=”656565″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E54D42″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”BADCEA” width=”320″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”0″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″] [bol_product_links block_id=”bol_5d0f607357472_selected-products” products=”9200000072172162″ name=”Gedrag in uitvoering” sub_id=”” link_color=”E54D42″ subtitle_color=”656565″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E54D42″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”BADCEA” width=”320″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”0″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″] [bol_product_links block_id=”bol_5d0f60abe9857_selected-products” products=”9200000112638797″ name=”Gesprekskaarten Executieve Functies ” sub_id=”” link_color=”E54D42″ subtitle_color=”656565″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E54D42″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”BADCEA” width=”320″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”0″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″] [bol_product_links block_id=”bol_5d0f60c2bb958_selected-products” products=”9200000015466875″ name=”Zelf Plannen Trainershandleiding” sub_id=”” link_color=”E54D42″ subtitle_color=”656565″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E54D42″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”BADCEA” width=”320″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”0″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″] [bol_product_links block_id=”bol_5d0f60d604a7b_selected-products” products=”9200000079971731″ name=”Het tienerbrein” sub_id=”” link_color=”E54D42″ subtitle_color=”656565″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E54D42″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”BADCEA” width=”320″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”0″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

 

Meer lezen over executieve functies in de klas? In al mijn onderwijsboeken komen ze uitgebreid aan bod. Klik op de afbeeldingen om mijn boeken te bestellen.

Andere literatuur ( te verkrijgen via de pagina boektoppers):

Didau, D. & Rose, N. (2019). Psychologie in de klas. Wat iedere leraar moet weten.  Culemborg: Phronese uitgeverij

Jolles (2017): ‘Leraren zet (meer) in op executieve functies. Jellejolles.nl

Klingberg, T. (2011). Het lerende brein over het werkgeheugen en de ontwikkeling van het brein. Amsterdam: Pearson.

Kosslyn, S.M., en Koenig, O. (1995). Wet mind: the new cognitive neuroscience. New York: Free Press.

Schmeier, M & Horeweg, A. (2018). Stilte in de klas. Zorg Primair, nr. 08, dec. 2018, p. 22-25.

Swanson, H.L., & Siegel, L. (2001). Learning disabilities as a working memory deficit. Issues in Education: Contributions from Educational Psychology, 7, 1–48.

Aanleren zelfregulatie op school van groot belang:Frontiers in Psychology (april 2008).

Van Doorn (2018). https://www.stibco.nl/index.php/cognitieve-functies/cognitieve-functies-en-executieve-functies

Bestel mijn boeken

Bereik mij
Executieve functies

Aansturende regelfuncties of executieve functies: hoe beïnvloeden ze gedrag en leren? Lees meer.