Dyscalculie

Deze pagina is herzien naar laatste wetenschappelijke inzichten op 03-08-2026
Kinderen met dyscalculie hebben ernstige en hardnekkige problemen met het leren rekenen. Deze problemen worden niet veroorzaakt door hun intelligentie of een gebrek aan motivatie. Wat leraren kunnen doen om kinderen met dyscalculie te helpen in de klas lees je hier.

Dyscalculie

Kinderen met dyscalculie hebben ernstige en hardnekkige problemen met het leren rekenen. Deze problemen worden niet veroorzaakt door hun intelligentie of een gebrek daaraan. Dyscalculie wordt ook niet veroorzaakt door te weinig onderwijs. Dyscalculie is een specifieke, neurobiologische leerstoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen met het leren en vlot en accuraat ophalen en toepassen van rekenkennis, zoals basisfeiten en procedures (Rijksuniversiteit Groningen, 2026).

De kern is hardnekkige moeilijkheid met het verwerken van getalgrootte met problemen in het benoemen, ordenen en vergelijken van hoeveelheden, schatten en plaatswaarde (SASC, 2025).

Volgens de geldende wetenschappelijke standaarden en diagnostische protocollen, zoals gehanteerd door de Rijksuniversiteit Groningen (2026) en andere expertisecentra, moeten er drie kerncriteria aanwezig zijn (Desoete et al., 2019):

  • Ernst: De rekenproblemen verstoren het dagelijks leven of de schoolprestaties significant.
  • Achterstand: De prestaties liggen substantieel lager dan wat op basis van leeftijd en IQ verwacht mag worden.
  • Didactische resistentie: De problemen blijven hardnekkig aanwezig, zelfs na het bieden van intensieve, deskundige hulp en extra oefening (Autsider, 2023; Balans, 2023; KU Leuven Praxis P, z.d.; Samenwerkingsverband Munio, z.d.).

Er zijn aanwijzingen dat dyscalculie erfelijk is en dat de stoornis een neurologische achtergrond heeft (Malanchini & Gidziela, 2022). In een studie naar de manier waarop hersengebieden met elkaar communiceren tijdens getallenverwerking, vonden onderzoekers dat de hersenen van kinderen met dyscalculie ‘afwijkende communicatiepatronen’ vertonen in een netwerk van hersengebieden dat betrokken is bij rekenen (Schwizer Ashkenazi et al., 2025).

Langjarig MRI-onderzoek laat zien dat kinderen met dyscalculie aanhoudend minder grijze stof hebben in de intraparietale sulcus en aangrenzende pariëtale gebieden, ook jaren later nog (McCaskey et al., 2020). Dit gebied is nodig voor

  • Cijferverwerking: Cruciaal voor het begrijpen van hoeveelheden en rekenen.
  • Visuele aandacht: Richt de aandacht op specifieke locaties in de ruimte.
  • Oog-handcoördinatie: Stuurt bewegingen aan zoals grijpen en wijzen.

Tweelingonderzoek laat zien dat eerstegraads familieleden van kinderen met dyscalculie een sterk verhoogde kans hebben om de stoornis zelf ook te hebben (Malanchini & Gidziela, 2022).

Opvallend was dat deze afwijkende connectiviteit niet alleen optrad bij een taak waarbij kinderen met dyscalculie slechter presteerden (getallen ordenen), maar ook bij een taak waarbij ze even goed presteerden als andere kinderen (getallen herkennen). Dit suggereert dat de neurale verwerking van getallen bij dyscalculie fundamenteel anders is, zelfs wanneer het gedrag normaal lijktc(Schwizer Ashkenazi et al., 2025).

Prevalentie

Onderzoekers schatten dat 3% tot 8% van de kinderen de stoornis in meer of mindere mate heeft, afhankelijk van de gebruikte criteria (Ayyıldız et al., 2023). Dyscalculie komt ongeveer even veel voor bij jongens en meisjes (Devine et al., 2013; Morsanyi et al., 2018), in tegenstelling tot wat men eerder dacht en je tot voor kort ook hier kon lezen. De allernieuwste studies laten zien dat dyscalculie iets vaker bij meisjes voorkomt, maar het verschil is veel kleiner dan eerder aangenomen werd (Loredo et al., 2025; Poltz, 2025).  Er zijn vele vormen van dyscalculie, de kenmerken kunnen daarom enorm verschillen. (Een orthopedagoog of een psycholoog kan de stoornis vaststellen. Om effectief te werken kan de aanpak per kind dus verschillen.

De school kan het protocol ERWD (Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie) volgen. Dit protocol geeft richtlijnen voor tijdige onderkenning, begeleiding en beslismomenten bij ernstige rekenproblemen. Ook staat erin beschreven wat voor faciliteiten je als school kunt bieden om het kind te ondersteunen.

Wat zie je in de klas

    • Kinderen met dyscalculie hebben grote moeite om te leren automatiseren. Ze kunnen zelfs “eenvoudige” rekenprocedures niet vlot toepassen.
    • Deze kinderen hebben vaak moeite met tellen. Ze slaan getallen over of vergissen zich in de volgorde.
    • Vaak hebben deze kinderen problemen met de overgang naar het volgende tiental.
    • Deze kinderen hebben moeite met uit het hoofd leren van de tafels en met hoofdrekenen in het algemeen.
    • Ze kunnen symbolen en cijfers in grote(re) getallen niet vlot lezen.
    • Kinderen met deze stoornis blijven lang op hun vingers tellen.
    • Ze maken “vreemde” fouten, die niet makkelijk te herleiden zijn tot een bepaald hiaat in de kennis.
    • Ze hebben een zwakker korte termijn geheugen, net als kinderen met dyslexie.
    • Kinderen met dyscalculie hebben problemen met de basisbeginselen van het rekenen, zoals getalbegrip, waarde van getallen en verbanden tussen getallen.
    • Deze kinderen blijven moeite houden met de volgorde van de benodigde rekenstappen in uit te rekenen sommen.
    • Ze hebben geen begrip van getalgrootte.
    • Deze kinderen keren vaak getallen om; 32 in plaats van 23.
    • Ze maken vergissingen in de plaatswaarde van getallen, ze zetten cijfers op de verkeerde plaats.
    • Vaak hebben deze kinderen moeite met ruimtelijke oriëntatie.
    • Sommen goed onder elkaar zetten kost veel moeite.
    • Eerder opgedane rekenkennis wordt niet samengevoegd met nieuwe kennis, waardoor ze een verzameling “losse trucjes” kennen en geen idee hebben wanneer je welk trucje moet gebruiken.
    • Er is een duidelijk verschil tussen hun rekenkennis en andere kennis.
    • Aan het eind van de basisschool is er een rekenachterstand van tenminste twee jaar.
    • De fouten blijken hardnekkig, ook na veel oefenen en extra hulp.

Problemen bij andere vakken:

  • Moeite met het leren en onthouden van jaartallen bij geschiedenis en het snappen van de chronologie.
  • Bij aardrijkskunde kan het het werken met lengte en breedtegraden en schaal problemen opleveren.
  • Ook het kaartlezen kan problemen geven.
  • Moeite met klokkijken en recepten lezen.
  • Moeilijkheden bij strategiespelletjes en ruimtelijk speelgoed zoals vier op een rij of lego.

 

Bijkomende problemen:

Naast de rekenproblemen hebben deze kinderen nog een aantal problemen bij andere vakken en algemene problemen die je vaak bij leerstoornissen tegenkomt, maar die niet specifiek zijn voor dyscalculie.

  • Deze kinderen hebben waarschijnlijk een lager werktempo.
  • Ze hebben vaak moeite de leerstof te doorzien en de essentie te herkennen.
  • Deze kinderen associëren niet of nauwelijks, waardoor elk voor andere kinderen “zelfde rekenprobleem” voor hen nieuw is. Dus een rijtje van vier dezelfde keersommen, is voor deze kinderen vier keer een nieuw soort som.
  • Ze vertonen een “ad hoc aanpak” en werken niet volgens doordachte stappen. Ze werken impulsief.
  • Ze hebben moeite met het onthouden van de instructie, wat niet verwonderlijk is als je geen flauw idee hebt waar het over gaat.
  • Deze kinderen reflecteren vaak niet op eigen werk.
  • Deze kinderen vinden het moeilijk om informatie te organiseren en stappen zodanig te plannen dat dit tot oplossingen leidt.
  • Vaak hebben deze kinderen een passieve houding gekregen.
  • Er is vaak een minder goed werkend korte termijn geheugen, net als bij kinderen met dyslexie en ADHD.
  • Er ontstaan vaak emotionele problemen, zoals faalangst. Dit probleem moet beslist niet onderschat worden.
  • Deze kinderen hebben veel moeite met plannen, bijvoorbeeld huiswerk plannen. dit komt door een slecht tijdsbesef.

Wat kun je doen in de klas

  • Bekijk eerst of er geen hiaten in de kennis zijn, waardoor er op een ‘hogere’ niveau geen vooruitgang wordt geboekt( omdat de basis er niet is). Met het rekenmuurtje van Bareka kun je zien aan welke basisvaardigheden gewerkt moet worden. Het rekenmuurtje wordt van onderaf opgebouwd en begint eigenlijk al in de kleuterklassen met getalbegrip tot 10 / 20. Leren rekenen is eigenlijk een stapeling van kennis en vaardigheden.
  • De opbouw van de leerstof moet heel geleidelijk gaan. Denk niet bij een succesje, nu kunnen we dus een stap verder. Maak eerst een pas op de plaats en slijp de nieuw verworven vaardigheid extra goed in. Te snel verder gaan is een grote valkuil.
  • Herhaal herhaal herhaal.
  • Hoewel er veel getoetst wordt, kun je als leerkracht vast een klein aantal basisstappen controle Beheerst het kind die?
  • Geef extra instructie. Na de klassikale instructie is een verlengde instructie meestal nog nodig.
  • Maak sommen zo concreet mogelijk. Een som als 18-4 kan te moeilijk zijn, maar een som als ik heb €18,= en ik koop iets voor €4,= blijkt soms wèl oplosbaar.
  • Leer de basisvaardigheden aan met kaartspelletjes, kralenkettingen, dobbelspelletjes, mastermind, tangram, rummikub, enz. Kortom gebruik een speelse manier.
  • Gebruik concreet, multi-zintuigelijk materiaal voor de instructie en verwerking als dat nodig is. Voel, beweeg, bekijk, hoor, zeg.
  • Als het aanleren van de tafels echt niet lukt, geef dan een tafelkaart.
  • Sta het gebruik van een rekenmachine toe als het kind daarmee verder komt.
  • Gebruik eventueel een rekenschriftje om procedures stap voor stap te noteren.
  • Zoek samen met het kind naar oplossingen: wat werkt voor dit kind?
  • Moedig aan en geef complimenten voor de inspanningen van het kind. Stel je voor dat je zelf dag in dag iets moet doen dat niet wil lukken.
  • Laat het kind veel hardop voorrekenen. Je kunt dan horen wat het kind wel en niet goed doet en daar op aansluiten.
  • Geef werkbladen waar het alleen antwoorden hoeft op te schrijven. Dat scheelt al veel tijd en inspanning voor het kind.
  • Geef het kind meer tijd en minder opgaven. Zorg dat het kind met een redelijke inspanning ook succes kan hebben.
  • Heb veel waardering voor het werk van het kind en niet voor de hoeveelheid.
  • Het overschakelen van de ene oplossingsstrategie naar de andere kost moeite. Je kunt aangeven wanneer de plussommen overgaan in de minsommen. Geef de rijtjes bijvoorbeeld een andere kleur.
  • Splits de taken op in deeltaken en controleer tussendoor wat het kind doet. Zo kun je tussentijds bijsturen en ervoor zorgen dat aan het eind van de les alle inspanning niet voor niets was.
  • Als een kind een bepaalde strategie gebruikt die het al niet meer zou moeten gebruiken, bijvoorbeeld op de vingers tellen, verbied deze aanpak dan niet. Wel kun je alternatieven aanbieden zonder dwang. ‘Probeer 18-4 eens voor je te zien.’
  • Sta het gebruik van kladpapier altijd toe voor deze kinderen, ook als het eigenlijk hoofdrekenen is.
  • Neem een toets eventueel gedeeltelijk mondeling af.
  • Gamification: Uit een studie naar het effect van spelelementen bij rekentaken bleek dat kinderen de game-versie veruit prefereerden en zelf geloofden dat ze er beter in presteerden, ook al was hun prestatie niet beter dan bij een niet-game versie (Ninaus et al., 2025). Wel te gebruiken om negatieve gevoelens voor rekenen te verminderen, niet om beter te leren rekenen.

Je kunt als school ook nog de methode Foutloos rekenen aanschaffen. Dat kost de school 12.000 euro voor één klas, maar deze methode schijnt wel de beste van allemaal te zijn en is ontwikkeld door het Mathematisch Instituut.

Toekomst: Er is een groeiende interesse in het gebruik van Augmented Reality (AR) als ondersteuning bij het rekenonderwijs voor kinderen met dyscalculie. AR maakt het mogelijk om wiskundige concepten te visualiseren en te beleven in de fysieke wereld, wat kan aansluiten bij de behoefte aan multisensorieel leren; voelen, bewegen, zien, horen. (Frau, 2025).  Dit is een veelbelovende ontwikkeling.

Handig:

Foutloos rekenen. Deze methode is duur en intensief, maar werkt echt. www.foutloosrekenen.nl

Literatuur

Andere boeken over gedrag, didactiek of schoolontwikkeling

Alle literatuur van deze site zien? Klik op literatuur.

Autsider. (2023, 1 juni). DSM-5 dyscalculie. https://autsider.net/dsm-5-dyscalculie/

Ayyıldız, N., Beyer, F., Üstün, S., Kale, E. H., Mançe Çalışır, Ö., Uran, P., Öner, Ö., Olkun, S., Anwander, A., Witte, A. V., Villringer, A., & Çiçek, M. (2023). Changes in the superior longitudinal fasciculus and anterior thalamic radiation in the left brain are associated with developmental dyscalculia. Frontiers in Human Neuroscience, 17, Artikel 1147352. https://doi.org/10.3389/fnhum.2023.1147352

Balans. (2023). Dyscalculie vaststellen. https://balansdigitaal.nl/kennisbank/zorg/naar-de-specialist-bij-leer-en-gedragsproblemen/dyscalculie-vaststellen

Desoete, A., Vercaemst, V., Samyn, F., De Busschere, A., Dewulf, A., Dewulf, B., Baudonck, M., & Vanhaeke, J. (2019). Dyscalculie: een update. Signaal, 109, 4 tot 22.

Devine, A., Soltész, F., Nobes, A., Goswami, U., & Szűcs, D. (2013). Gender differences in developmental dyscalculia depend on diagnostic criteria. Learning and Instruction27, 31-39.

Frau, V., Leiva, G., & Eriksson, E. (2025). Supporting mathematical training for children with dyscalculia through augmented reality. In Proceedings of the 24th Interaction Design and Children (pp. 973-978). https://dl.acm.org/doi/epdf/10.1145/3713043.3731515 

KU Leuven, Praxis P. (z.d.). Diagnostisch onderzoek dyscalculie. Geraadpleegd op 3 augustus 2026, van https://ppw.kuleuven.be/praxisp/hulpaanbod/volwassenen/diagnostisch-onderzoek-dyscalculie

Loredo, M., Luque, J. L., Giménez, A., & López-Pérez, P. J. (2025). Prevalence of risk for dyslexia, risk for dyscalculia, and their comorbidity in Spanish primary education: Gender difference and socioeconomic status. Frontiers in Psychology, 16, Artikel 1664437. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2025.1664437 

Luit, H. (2018). Dit is dyscalculie. Achtergrond en aanpak. Tielt: Lannoocampus.

Malanchini, M., & Gidziela, A. (2022). Genetic and environmental influences on dyslexia and dyscalculia. In M. A. Skeide (Red.), The Cambridge handbook of dyslexia and dyscalculia (pp. 101 tot 114). Cambridge University Press.

Milikowski, M. (2011). Dyscalculie en rekenproblemen. 20 obstakels en hoe ze te nemen. Amsterdam: Boom

Morsanyi, K., van Bers, B. M. C. W., McCormack, T., & McGourty, J. (2018). The prevalence of specific learning disorder in mathematics and comorbidity with other developmental disorders in primary school-age children. British Journal of Psychology, 109(4), 917 tot 940. https://doi.org/10.1111/bjop.12322

Ninaus, M., Dresen, V., Huber, S. E., Kiili, K., Dondio, P., Weiss, E. M., & Moeller, K. (2025). Enhancing situational mastery experience and willingness to learn with game elements in children with specific learning disorders. Mind, Brain, and Education, 19, 232 tot 240. https://doi.org/10.1111/mbe.70016

Notten, C. (2019). Leren rekenen. Werken met de modellen uit het Protocol ERWD. Van Gorcum.

Ros, B. (2022). Leer ze rekenen. Praktische tips uit onderzoek voor leraren basisonderwijs. Didactief.

Rijksuniversiteit Groningen. (2026). Dyscalculie. Centrum voor Dyslexie en Dyscalculie (CDD). Geraadpleegd op 3 augustus 2026, van https://www.rug.nl/research/groninger-expertisecentrum-taal-en-communicatiestoornissen/cdd/dyscalculie

Schmeier, M. (2017). Effectief rekenonderwijs op de basisschool. Huizen: Pica

Schwizer Ashkenazi, S., McCaskey, U., O’Gorman Tuura, R., & Kucian, K. (2025). Altered effective connectivity of the numerical brain in children with developmental dyscalculia. Journal of neuroscience research103(7), e70066. https://doi.org/10.1002/jnr.70066

Poltz, N., Ehlert, A., Wagner, L., Kohn, J., Kucian, K., Quandte, S., Wyschkon, A., von Aster, M., & Esser, G. (2025). Gender Differences in Learning Difficulties (LD): Prevalence and Comorbidities. Lernen und Lernstörungen, 14(3). https://doi.org/10.1024/2235-0977/a000477

Samenwerkingsverband Munio. (z.d.). Protocol dyscalculie. https://www.munio.nl/files/protocol-dyscalculie-munio.pdf

SpLD Assessment Standards Committee. (2025). SASC guidance on the assessment of mathematics difficulties and dyscalculia. SASC. https://www.sasc.org.uk 

Rekenmuurtje van Bareka