ADD

Over ADD (Attention Deficit Disorder) is niet heel veel gepubliceerd. Deels komt dat omdat kinderen met ADD in eerste instantie juist niet opvallen in de klas. ADD wordt dan ook een internaliserende stoornis genoemd. De problemen richten zich als het waren aar binnen; je merkt er in de omgeving vaak weinig van. Als deze kinderen erg intelligent zijn, komt hun probleem nog moeilijker aan het licht, doordat ze hun tekorten compenseren. Toch kun je als je goed kijkt wel kinderen (vaker meisjes dan jongens) zien waarbij het vermoeden rijst dat er “iets” aan de hand is. De moeilijkheid is dat ze dezelfde dingen tonen die we allemaal wel eens vertonen: dagdromen, niet opletten, te laat komen, niet opruimen, spullen kwijtraken, onzeker zijn, enz. Het verschil zit ‘m in de intensiteit, consistentie en frequentie; als er bij een meisje al jaren op het rapport staat dat ze eens moet opletten en zich niet moet laten afleiden, moet er misschien een belletje gaan rinkelen.

Veel van de problemen die deze kinderen hebben, komen voort uit het niet goed functioneren van de executieve functies. Dit is het besturingssysteem van de cognitieve functies. Dit circuit in de hersenen regelt heel veel zaken. Bijvoorbeeld: starten met een activiteit (taakinitiatie), aandacht richten, aandacht vasthouden, motivatie, planning, emotieregulatie, enz. Voor een uitgebreid overzicht kun je het artikel Executieve functies bekeken lezen.

Deze kinderen vertonen vaak een aantal van de volgende kenmerken:

  • Ze hebben meer dan gemiddeld moeite om aan het werk te gaan. Daar kunnen ze niets aan doen; Het heeft o.a. te maken met een dopamine tekort in de hersenen en een gebrek aan overzicht.
  • Ze slagen er niet in de aandacht bij de taak te houden, behalve als deze in hun ogen interessant is. Dit heeft natuurlijk iedereen, maar deze kinderen hebben dat véél sterker. Ook dit is neurobiologisch bepaald.
  • Zijn vaak dromerig (ADD: Alle Dagen Dromerig).
  • Hyperfocus: ze kunnen volledig opgaan in dat wat hen bezighoudt, waardoor ze vaak vergeten van taak te wisselen.
  • Denken vaak ver vooruit en weten dan niet wat er nu aan de orde is.
  • Geven te weinig aandacht aan details.
  • Lijken niet te luisteren, zelfs als ze rechtstreeks aangesproken worden.
  • Volgen aanwijzingen niet goed op, komen verplichtingen niet goed na.
  • Raken vaak dingen kwijt, hebben het huiswerk niet bij zich, enz.
  • Schrijven huiswerk niet in de agenda (of schrijven het wel op maar kijken er nooit meer naar).
  • Stellen alles uit tot het laatste moment. Dan wordt het namelijk “spannend” en produceren de hersenen wel genoeg dopamine om de taak af te maken.
  • Deze kinderen komen vaak te laat.
  • Ze worden makkelijk afgeleid door uitwendige prikkels, maar ook door hun eigen gedachten.
  • Ze zijn vaak vergeetachtig bij dagelijkse activiteiten.
  • Ze kunnen vaak niet vertellen wat er net geleerd is, ook al weten ze het wel.
  • Ze zijn ongeorganiseerd en chaotisch.
  • In hun gedachten zijn ze vaak met twee of meer dingen tegelijk bezig.
  • Lijken dus rustig, maar hebben last van “chaos” in het hoofd; meerdere gedachtes tegelijk.
  • Reageren vaak met “vertraging” op een prikkel van buitenaf. De informatie komt wel binnen, maar de prikkelverwerking duurt langer.
  • Moeite met het “produceren” van werk. Ze snappen de leerstof wel, maar krijgen het niet op papier.
  • Moeite met het sociale gebeuren in de klas. Ze hebben vaak weinig vrienden.
  • Moeite met overzicht houden tijdens balsporten.
  • Lijken vaak passief en inactief.
  • Kinderen met ADD hebben vaker dyslexie en/of dyscalculie.
  • Kinderen met ADD staan niet graag in het middelpunt van belangstelling. Houd hier rekening mee bij spreekbeurten e.d.

Hiertegenover staan ook een flink aantal positieve kenmerken:

  • Ze zijn uitgerust met extra concentratievermogen bij interesse (hyperfocus).
  • Vaak zijn ze fantasierijk, met een groot voorstellingsvermogen.
  • Deze kinderen hebben vaak een creatief talent (acteren, zingen, schrijven, tekenen, enz.)
  • Handig.
  • Hebben vaak veel humor.
  • Ze zijn perfectionistisch.
  • Ze denken vaak ver voor uit.
  • Vaak hebben ze een groot probleemoplossend vermogen.
  • Thinking  “out of the box.”
  • Ze zijn gevoelig, emotioneel en betrokken.
  • Ze willen graag maximale resultaten leveren.
  • Rustig (in gedrag, niet in hun hoofd).
  • Ze bezitten een groot inlevingsvermogen.
  • Ze zijn vaak veelzijdig.
  • Beschikken over veel doorzettingsvermogen.

 

Voor jou als leerkracht is het goed te weten dat ADD je wijze van denken, leren, waarnemen, werken en relaties met anderen beïnvloedt. Belangrijk om te weten is dat deze kinderen vaak veel moeite hebben om aansluiting bij leeftijdsgenoten te vinden. Dit kan vooral in de puberteit leiden tot ernstige bijkomende problematiek, zoals faalangst, een zeer negatief zelfbeeld, angsten, depressies en zelfs zelfmoordgedachten (Paternotte, 2004). Bovendien verdrinken ze naarmate ze ouder worden en ‘meer zelf zouden moeten kunnen’ vaak in hun eigen chaos.

ADD_gedragsproblemen_in_de_klas

Wat kun je doen in de klas?

Ga regelmatig met ouders en kind in gesprek. Kinderen met ADD komen soms ogenschijnlijk de schooldag goed door, maar “storten thuis in”, omdat zo’n dag heel veel van ze vergt. Om een voor anderen “gewone” concentratie op te brengen is een zware, zo niet onmogelijke, opgave voor deze kinderen. In je groep zul je ook aanpassingen moeten doen, zowel op pedagogisch, organisatorisch als op didactisch gebied. Jij kunt als leerkracht het verschil maken voor deze kinderen.

Algemeen:

  • Zet allereerst in op een goede relatie met het kind. Dat vergemakkelijkt op den duur het samen afspraken maken.
  • Het allerbelangrijkste is om de sterke kanten van het kind te benadrukken en die ook de kans geven zich te ontplooien. Deze kinderen hebben immers vaak last van een laag zelfbeeld, door alles wat er niet lukt.
  • Besef voortdurend dat het een kwestie is van onmacht en niet van onwil; ADD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis, waar het kind geen controle over heeft.
  • Kinderen met ADD kunnen zich soms ineens wél goed concentreren; namelijk bij grote interesse voor een onderwerp. Dit kan voor jou als leerkracht lijken op “de boel in de maling nemen” en je doen besluiten dat het kind “gewoon een schop onder zijn billen nodig heeft.” Ook die concentratie bij interesse is een neurochemische (en dus niet te beïnvloeden) kwestie. De “schop” zal niet helpen.
  • Bespreek (na overleg met kind en ouders) de problemen van het kind in de groep.
  • Houd goed in de gaten of het kind gepest wordt. Omdat deze kinderen vaak niet ad rem kunnen reageren (ze hebben immers bedenktijd nodig) en niet zo goed presteren bij sport is hun sociale status laag en kan pesten op de loer liggen.
  • Maak regelmatig contact met het kind om het er weer bij te halen. Oogcontact kan soms te bedreigend zijn, spreek dan een teken af samen.
  • Het heeft geen zin het kind op een aparte plek zonder toezicht te zetten om verder te werken. Het kind zal wegdromen.
  • Het is wel zinvol om het kind een apart plekje te geven waar het zich kan terugtrekken als het hem teveel wordt.
  • Help deze kinderen altijd op gang en spoor veel aan. Doe dit wel op een positieve manier; mopperen werkt averechts.Vertel dus liever dat het goed is dat ze al iets afhebben, in plaats van te wijzen op wat nog moet gebeuren.
  • Besef dat een kind met ADD een ander tijdsbesef heeft. Hij zal tijdsintervallen vaak overschatten. De bekende timetimer kan een nuttig hulpmiddel zijn.
  • Een kind met ADD zal taken uitstellen tot het (te) laatste moment. In bovenbouwgroepen, waar er van kinderen wordt verwacht dat ze al een beetje kunnen plannen, moet je deze kinderen extra hulp bieden (bijvoorbeeld met plannen en maken of leren van hun huiswerk).
  • Wees alert op overbelasting bij huiswerk. Op school merk je misschien niets aan het kind, maar thuis kan eventuele overbelasting de nodige problemen opleveren.
  • Zorg voor regelmatig contact met de ouders van het kind.
  • Wees alert op dyslexie en dyscalculie.

Instructie

  • Stel je instructiemateriaal af op hun problematiek: werk met kleurtjes of labels.
  • Visualiseer zoveel mogelijk.
  • Houd rekening met een trage auditieve informatieverwerking: als je dus iets vraagt aan het kind, moet het er wat langer over nadenken dan een kind zonder ADD.
  • Geef informatie niet alleen via boeken, maar juist ook via andere media.
  • Deze kinderen leren vaak sneller via de praktijk dan uit boeken.
  • Train het kind om routines in te slijpen, zodat er aandachtscapaciteit overblijft voor andere zaken.
  • Train het kind om te leren concentreren op de momenten dat het echt nodig is. Dit kun je doen door bij belangrijke dingen vooraf aan te geven dat het belangrijk is. Zo kan je kind prima leren opletten op de juiste momenten.
  • Geef het kind na afloop de ruimte om dingen rustig te verwerken en verwacht niet direct een reactie.
  • Leer het kind om hulp tijdig om  te vragen.
  • Leer het kind taken in kleine stukjes te verdelen of help daarbij.
  • Geef de instructie in kleine stappen en herhaal de aangeboden stof veel. Deze kinderen hebben een slecht werk geheugen.
  • Laat je instructie na vertellen.

Vakoverschrijdende tips

  • Zorg als het kan voor prikkelende taken, zodat deze kinderen niet wegdromen.
  • Maak gebruik van de computer en tablet, dit zijn vaak ‘sterke prikkels’.
  • Geef het kind wat meer tijd voor zijn taken, door de geringe concentratie duurt het werk nu eenmaal langer. Je kunt uiteraard het werk ook inkorten.
  • Dek bij lezen een deel van de tekst af, dit voorkomt afleiding.
  • Overhoor eventueel mondeling.
  • Het kan goed werken als het kind naar believen twee vakken mag afwisselen tijdens het werken. Bijvoorbeeld rekenen en taal. Zo is het minder saai en kan het zijn dat het kind zich beter kan focussen.
  • Aantekeningen overschrijven van het bord krijgen deze kinderen vaak niet op tijd voor elkaar. Geef ze liever een kopie van jouw aantekeningen of van een snellere leerling.
  • Sommige kinderen werken beter met een mp3-speler in hun oren. Dit helpt ze zich te concentreren. Als je dat niet de hele dag wilt, zou je kunnen overwegen om dit wel bij toetsen te doen. Of het echt helpt is sterk individueel bepaald, maar uitproberen kan geen kwaad.
  • Multiple choice vragen kunnen voor sommige kinderen met ADD erg lastig zijn. Om de minieme verschillen te zien, moeten ze zich heel erg concentreren. Het is beter om open vragen te stellen.
ADD11_gedragsproblemen_in_de_klas

Schrijven

  • Zorg eventueel voor schriften met tussenregels (zoals je gebruikt in de onderbouw). Hun handschrift is vaak niet al te best.
  • Bekijk of ze beter schrijven met een anders soort pen (bijvoorbeeld een stabilo) of een schrijfpotlood.
  • Gebruik korte overschrijfoefeningen. Je kunt beter twee keer vijf regels op een dag oefenen, dan één keer tien.
  • Herhaal het soort oefening, maar verander de tekst.
  • Neem fouten die veel gemaakt worden samen door.

Lezen

  • Geef het kind het liefst boeken met korte verhalen. Ze zijn snel de draad kwijt in een tekst.
  • Zorg voor teksten die aansluiten bij de belangstelling, zo kunnen ze zich beter concentreren (Dit geldt trouwens voor elke lezer).
  • Dek eventueel een deel van de tekst af.

Rekenen

  • Gebruik eventueel een telraam, een abacus,de pc, je digitaal schoolbord, enz. om sommen te visualiseren.
  • Laat gebruik maken van een tafelkaart. Aanleren van tafels is een vorm van automatiseren. Dat duurt veel langer bij deze kinderen en lukt soms in het geheel niet.
  • Ook klokkijken, procenten, breuken en staartdelingen kunnen een groot struikelblok kunnen zijn. Rekenkundig inzicht ontbreekt vaak.
  • Laat eventueel een rekenmachine gebruiken en beperk het rekenen tot absolute basiskennis als je merkt dat het kind vastloopt en niet meer vooruitgaat.
  • Verdeel de taak in kleine stukjes. Geef bijvoorbeeld een blad met één of twee rijtjes sommen (kopie) of dek een gedeelte van het werk af.
  • Laat het kind alleen de antwoorden achter de sommen zetten op een gekopieerd blad, dat scheelt bergen concentratie. De sommen goed overschrijven is al een klus op zich.

rekenen1

Wereldoriëntatie

  • Omdat deze kinderen heel visueel zijn ingesteld, wekken de vakken bij het gebied wereldoriëntatie wel hun belangstelling.
  • Kinderen met ADD hebben moeite met het leren van topografie. Een handige ondersteuning die ook voor deze kinderen werkt, vind je op de NLD pagina.
  • Het leren van jaartallen bij geschiedenis, kan moeilijkheden opleveren. Spreek eventueel een minimum aan “belangrijkste jaartallen” af. Zoek er afbeeldingen bij als dat mogelijk is. Hoe meer je visueel maakt, hoe beter het onthouden zal gaan.
  • Laat deze kinderen niet een bordles overschrijven. Dit kost ze heel veel moeite en levert vooral frustratie op. Geef ze een kopie van  jouw aantekeningen. Als de andere kinderen nog bezig zijn, kun je met hen afspreken dat ze de les of je aantekeningen vast gaan doorlezen.

Gym

  • Kinderen met ADD hebben moeite met overzicht en hebben bovendien een trage reactie. Ze zullen vaak als laatste gekozen worden. Kies als leerkracht dus de partijen en voorkom dit (ook beter voor andere kinderen die altijd de laatstgekozenen worden!!).
  • Deze kinderen hebben over het algemeen wat minder energie.
  • Gym (sport) heeft overigens wel een dopamineverhogende werking, waardoor ze na de sportles meer alert zijn. Handig bij het geven van je instructie of het maken van een toets.

Expressievakken:

  • Geen tips nodig. Over het algemeen zijn kinderen met ADD heel creatief. Gebruik die sterke kant dus! Neem hun werk als voorbeeld, laat ze andere kinderen helpen, hang hun werk in de klas, enz.
  • Deze kinderen zijn soms ook handig met het in en uit elkaar halen van dingen. Ze hebben vaak technisch inzicht (ook de meisjes!). Zorg wel voor een handig en eenvoudig opbergsysteem, want geordend zijn deze kinderen niet.

Sociaal emotioneel

  • Stimuleer het maken van sociaal contact. Doordat deze kinderen vaak wat passief zijn, is het goed als je ze stimuleert en helpt om vriendschappen te sluiten. Zelf voelen ze zich vaak “anders” dan groepsgenootjes.
  • Wees extra alert op pestgedrag. Kinderen uit de klas voelen ook dat deze kinderen “anders” zijn.
  • Soms spelen deze kinderen liever met oudere kinderen, Als een kind geen vriendjes heeft, breng het dan in contact met kinderen van een volgend leerjaar.
  • Sommige van deze kinderen spelen in de pauze liever niet in een groep, omdat ze daar het overzicht kwijtraken. Koppel het kind aan één vriendje of geef het kind een taakje dat het in de pauze mag doen.
  • Kinderen met ADD, hebben vaak een heel negatief zelfbeeld: Ik ben stom, ik kan niks. Geef veel positieve bekrachtiging op wat wel lukt. Geef ook complimentenvoor de inspanning!
  • Zorg voor extra ondersteuning bij spreekbeurten e.d. Deze kinderen staan niet graag in het middelpunt van belangstelling. Laat de spreekbeurt bijvoorbeeld met z’n tweeën doen.
  • Kinderen met ADD dienen vóór het verlaten van de basisschool goed voorgelicht te worden over de gevaren van drugs, omdat ze extreem gevoelig zijn voor verslaving (Windt, 2008).
huh4

Huiswerk:

In de midden- en bovenbouw krijgen de kinderen te maken met huiswerk. Natuurlijk leer je aan je klas hoe ze daar mee om moeten gaan. Je maakt afspraken, geeft misschien wel een agenda, leert de kinderen hoe je die invult, enz. Voor kinderen met ADD moet je meer moeite doen. Eén ding is zeker: mopperen (hoe begrijpelijk dat ook is) dat ze hun huiswerk alwéér vergeten zijn, werkt niet.

  • Ga een keer na schooltijd apart met het kind zitten, om samen een huiswerkplan af te spreken. Gebruik eventueel de huiswerkplanner.
  • Geef eventueel een set (werk)boeken in bruikleen voor thuis. Dat scheelt alvast de ergernis van “boek vergeten.” Geef de boeken niet aan het kind mee, maar aan de ouders. Je wilt ze tenslotte nog terug.
  • Spreek met het kind een deadline af die vóór de eigenlijke datum valt. Overhoor het kind die dag kort. Kinderen met ADD hebben altijd een deadline nodig. Die halen ze niet altijd,  maar zonder deadline gebeurt er waarschijnlijk helemaal niets.
  • Leer het kind te werken met de dagplanner voor huiswerk. Controleer desnoods na schooltijd samen of het werk voor die ene dag gedaan is. Zo is het werk in kleine stapjes verdeeld en is er meer kans op succes.

Een niet goed onderkend probleem; meisjes met ADD:

ADD komt vaker voor bij meisjes, maar wordt ook vaker niet onderkend. Dat komt deels doordat meisjes anders “omgaan” met hun stoornis. Een jongen met AD(H)D die een toets niet haalt, zal de toets stom vinden. Een meisje dat de toets niet haalt, zal eerder zichzelf stom vinden. Waar jongens falen op een bepaald onderdeel van een test om uit te vinden of ze AD(H)D hebben, zijn er vaker meisjes die dezelfde test tóch goed maken. Ze leveren daarvoor een enorme extra inspanning, terwijl jongens eerder “maar wat doen.” Daarom wordt ADD bij meisjes op school vaak niet opgemerkt; ze behalen ondanks hun ADD tóch goede resultaten. De inspanning die dit vergt hoor je vaak pas veel later. “Ik zat uren aan mijn huiswerk met mijn moeder samen, om er toch vooral maar voor te zorgen dat het lukte. Zo kon ik bewijzen dat ik niet dom was.” Als het meisje voldoende intelligent is, strandt ze dus vaak pas in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs, of op het MBO/HBO.

Een korte vergelijking met ADHD levert alvast een globale indruk op van de verschillen èn de overeenkomsten tussen deze twee stoornissen.

 ADD

  • Het kind kan moeilijk op gang komen bij een opdracht.
  • Het kind slechts kan één ding tegelijk doen.
  • Het kind heeft vrij veel wisselende en verschillende activiteiten.
  • Hypo-actief (geconcentreerd op één onderwerp of interesse).
  • Het kind dagdroomt veel. Zit veel in eigen gedachten en fantasieën.
  • Begint vaak niet meteen nadat je instructie hebt gegeven.
  • Het kind werkt langzaam.
  • Het kind zet door.
  • Sterk inlevingsvermogen
  • Functioneel op achtergrond.
  • Komt meer voor bij meisjes.
  • Kijkt de kat uit de boom voor het iets doet.
  • Internaliseert emoties. Je ziet dus niet veel aan de buitenkant.
  • Vervangt onzekerheid door te analyseren.
  • Verwerkt informatie langzamer dan kind met ADHD.

ADHD

  • Het kind kan moeilijk rustig aan doen wanneer het ergens mee bezig is.
  • Het kind doet meerdere dingen tegelijk, waardoor veel ‘half’.
  • Het kind doet dingen zonder daarbij over de gevolgen na te denken
  • Hyperactief.
  • Het kind is snel afgeleid door prikkels van buitenaf.
  • Begint voordat je instructie klaar is.
  • Het kind gaat met een rap tempo door verschillende werkzaamheden heen.
  • Het kind geeft snel op, zeker bij saaie taken.
  • Minder inlevingsvermogen.
  • Functioneel op voorgrond.
  • Komt meer voor bij jongens.
  • Handelt direct en impulsief.
  • Externaliseert emoties. Je ziet dus goed wat de stemming van het kind is.
  • Vervangt onzekerheid door grappen/ humor.
  • Verwerkt informatie sneller dan een kind met ADD.

 

 

Meer lezen? In wat Stuitert daar door je klas?  en in Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs zijn ook hoofdstukken over ADD opgenomen.

 

 

 

 

 

Bereik mij
Executieve functies

Aansturende regelfuncties of executieve functies: hoe beïnvloeden ze gedrag en leren? Lees meer.