Rouw: Wat kun je doen als school
Een van de belangrijkste zaken bij rouw op school is het op orde hebben van een protocol. Wat doe je als school als een leerling overlijdt? Of als een kind een ouder verliest? Elk verlies is anders, net als elk rouwproces, maar een protocol geeft houvast. In een protocol staan bijvoorbeeld zaken als: wie houdt namens de school contact met de familie, hoe licht je leerlingen en klasgenoten in, wordt er een afscheidsdienst georganiseerd? Verder kun je nadenken over de volgende zaken
- Maak een speciale rouwkalender met daarop de geboorte- en sterfdag van kinderen en ouders die zijn overleden, zo weten leerkrachten in de jaren na zo’n gebeurtenis er ook van.
- Sta op Vader- en Moederdag ook stil bij de leerlingen die een ouder hebben verloren( zie punt1)
- Maak bij het overlijden van een leerling een afscheidsboek/ herinneringsboek in de klas.
- Laat aan een leerling merken dat je weet dat hij of zij verdriet heeft. Dat kan al door kleine dingen, zoals een blik, een schouderklopje en af en toe vragen hoe het gaat.
Wat zie je in de klas bij rouw
Rouwen in stukjes
Kinderen kunnen niet constant rouwen. Zij rouwen in stukjes, omdat het anders niet te behappen is. Je zult het kind dus soms gewoon vrolijk zien spelen. Zelfs als de verzorger net overleden is. Dat wil niet zeggen dat je te maken hebt met een ‘harteloos’ kind. Het is een normale reactie. Kinderen kunnen de omvang van het verlies vaak nog niet bevatten. Soms komt dat pas jaren later, als ze in de puberteit zijn of al volwassen zijn (Fiddelaers-Jaspers, 2020).
Mixed Emotions
Kinderen die een ouder verliezen kunnen een scala aan reacties naast en door elkaar laten zien. Al dat gedrag is ‘normaal’ gedrag: verdriet, boosheid, onverschilligheid, schuldgevoelens.
Veranderd gedrag
Het gedrag van het kind kan veranderen. Het is misschien minder gemotiveerd of onzekerder of het vertoont boos en opstandig gedrag. Ook zie je soms angstig gedrag, slaapproblemen (thuis), opstandig gedrag, scheidingsangst, teruggetrokken gedrag en lichamelijke reacties (buikpijn, hoofdpijn, hyperventilatie). Dit kunnen normale symptomen van verdriet en rouw zijn (Fiddelaers-Jaspers, 2020, p. 54).
Als kinderen door de gebeurtenis lastig gedrag gaan vertonen, kan dit goed pas na een tijd beginnen of lang na de gebeurtenis nog aanwezig zijn. Het gevaar is dan dat dit niet als symptoom van rouw herkend wordt. Het lastige gedrag hoef je uiteraard niet te accepteren, maar een rustig gesprek (‘Ik maak me zorgen’) werkt beter dan strafwerk.
Schoolresultaten kelderen
De schoolresultaten kunnen omlaag gaan. Het kind kan zich bijvoorbeeld niet zo goed concentreren, omdat het aan de gebeurtenis moet denken.
Stagnerende ontwikkeling of regressie
Een overlijden kan de ontwikkeling doen stilstaan (en zelfs terugzetten naar een voorgaande ontwikkelingsfase) of versnellen. Een kind van zes kan weer gaan duimen of bedplassen, maar een kind kan ook zorgtaken op zich nemen die niet bij de leeftijd horen.
Omgaan met rouw en verdriet in de klas
Als er iemand overlijdt kun je eerst meteen de volgende dingen doen (
Praxisbulletin, 2021)
1 Meteen erover praten in de groep is het belangrijkste beginpunt. De kinderen moeten hun schrik, schok en verdriet kunnen uiten. Neem daarvoor de tijd. Ook de verliezen van de kinderen zelf komen dan vaak boven. Reken op ongemakkelijke situaties, want voor een kind uit bijvoorbeeld groep 3 valt het verlies van zijn huisdier in dezelfde categorie als het overlijden van de moeder van een klasgenoot. Grijp niet in, dit mag er allemaal zijn.
2
De waarheid is essentieel: Vertel het hele verhaal, of laat het vertellen. Zo voorkom je dat kinderen gaan raden naar de toedracht, want dan slaat hun fantasie op hol. Vertel geen gruwelijke details. Kap gesprekken daarover af. De grote lijnen volstaan.
3 Hecht niet te veel aan controle. Wees open en aanwezig, ook met je eigen verdriet. Zo nodig je de kinderen uit om zich open te stellen.
4 Kinderen verwerken verlies in hun spel. Zet dus niet in op lange gesprekken in de klas, maar geef ze ruimte om het spelend te verwerken. Ook tekeningen kunnen helpend zijn.
5 Praat regelmatig met de kinderen over emoties bij vrolijke en verdrietige gebeurtenissen. Dat verdriet kan groot en klein zijn. Als er een popartiest overlijdt, als er een relatie verbroken wordt, maar ook als de kinderen een dood vogeltje aantreffen voor het raam van je klas.
Ruimte voor verwerking
Zoek samen met de leerlingen naar manieren om verdriet te verwerken: schilderen, poëzie, muziek, een wandeling.
Rituelen kunnen steun geven. Bijvoorbeeld een kring maken en even stil zijn. Zo voelen kinderen zich in de groep opgenomen en gesteund, ook op moeilijke momenten. Als je normaal nooit over religie praat in de klas, moet je dat nu ook niet doen.
Sommige kinderen zullen verminderde leerprestaties hebben, onhebbelijk gedrag laten zien, met hun hoofd niet bij de les zijn, enz. Deze reacties kunnen een uiting zijn van het verwerkingsproces.
Sta op Vader- en Moederdag ook stil bij de leerlingen die een ouder hebben verloren.
Geef in ieder geval ruimte aan het rouwende kind om te kunnen praten als het wil. Ook het maken van tekeningen of het verwerken in spel kan helpen. Zwijg de gebeurtenis niet dood. Het er niet over hebben, omdat het verdrietig is, is niet helpend.
Verberg je eigen emoties niet. Je moet natuurlijk niet compleet instorten, maar jouw tranen mogen er net zo goed zijn. Als het kind merkt dat de gevoelens er mogen zijn zal het die eerder durven laten zien.
Omgaan met de dood in het leven
Bekijk bij bol
Als het kind met je praat, vertel dan dat alle gevoelens er mogen zijn (dus ook het schuldig voelen). Leg uit dat dit normale reacties zijn, die iedereen kan hebben. Kinderen voelen zich soms gek, omdat ze zich zo voelen. Besef dat het overlijden van een grootouder soms net zo heftig kan zijn als het verlies van een ouder.
Steun van de leerkracht
Steun die de leerkracht geeft, kan erg helpend zijn. Laat aan een leerling merken dat je weet dat hij of zij verdriet heeft. Steun geven zit vaak in kleine dingen, zoals een knipoog, een schouderklopje, een aai over de bol of een belangstellende vraag.
Blijf in stilte aanwezig.
Praten over verdriet en rouw in de klas
Praat met de kinderen over wat normaal is na verlies en wat niet. Benoem gerust je eigen verdriet. Ook emoties mag je best tonen. Je bent echter wel de rots in de branding. Luister vooral naar de vraag achter de vraag van kinderen. Leg uit dat verdriet lang kan blijven, wel minder wordt, maar nooit helemaal weggaat en soms weer boven komt. Dat is normaal. Eigenlijk leer je omgaan met het verdriet. Vraag ook in een later stadium nog hoe het gaat.
Monitor het kind
Het eerste jaar na overlijden doet het kind alles voor het eerst zonder de weggevallen ouder. Het kerstfeest, Het Suikerfeest, de musical of het rapport, enz. Houd in de gaten of het kind het nu extra zwaar heeft. Ook de jaren daarna kan dit uiteraard nog spelen!
Triggers
Let op triggers. Dat zijn zaken die aan het overlijden of aan de persoon of de manier waarop deze overleden is herinneren.
Overlijden klasgenoot
Het kan ook gebeuren dat een klasgenootje overlijdt. Dit gebeurt honderden keren per jaar. Hoe kinderen reageren op het overlijden van een klasgenoot is deels afhankelijk van de band die zij met dat kind hadden en hun eigen manier van rouwen. Sommige kinderen kunnen nog jaren aan hun overleden klasgenootje denken, anderen lijken hem of haar snel vergeten.
Als er een kind van school is overleden, kan het goed zijn met zijn allen naar de begrafenis of crematie te gaan, eventueel met de hele school. Dit helpt de gebeurtenis af te sluiten.
Als een klasgenoot overlijdt, wordt vaak een herdenkplek gemaakt. Doe dit samen met je klas. Bespreek op een bepaald moment ook samen of het plekje van ‘in het zicht’ naar iets meer beschut kan, omdat sommige kinderen niet heel de tijd aan de gebeurtenis willen denken. Soms willen kinderen een herdenkingsboek maken met leuke herinneringen of afscheidsbrieven en -tekeningen.
Als een leerling uit de klas overlijdt, ruim dan niet alles op wat aan die leerling herinnert. Een foto in de klas of werk van de leerling is een gelegenheid om te praten en aan hem of haar te denken. Het is ook een teken dat wie weg is, niet vergeten is. Ook een gedenkhoekje kan best een tijdje blijven staan.
School is school. Lesgeven helpt.
Gewoon lesgeven? Maar er is iemand dood. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar ‘gewoon lesgeven’ kan en moet gewoon doorgaan. Juist het feit dat de rekenles doorgaat, zorgt voor veiligheid en geeft houvast. Uiteraard blijft er ruimte voor rouw, verdriet en herdenking.
Wat je niet moet doen:
Praat niet alles vol met ‘adviezen’. Uitspraken die je hieronder leest, helpen ook niet. Ze werken vooral contraproductief, hoe goed bedoeld ook.
- Je moet hem/haar loslaten
- Ik weet precies hoe je je voelt
- Het is nu al … maanden/ een jaar geleden. Je moet verder.
- Doen alsof het niet erg is.
Wat kun je wel zeggen
- Ik vind het heel erg voor je dat je moeder/vader/ iemand anders is overleden.
- Als je met mij wil praten dan ben ik er voor je. Ik kan goed luisteren.
- Ik kan me niet voorstellen hoe moeilijk dit voor je moet zijn. Ik ben een goede luisteraar en ben er als je ooit wilt praten.
Bewaar gegevens over overlijden in je LVS
Als de school op de hoogte is van overlijdensdatums van een (groot) ouder of klasgenootje, noteer die dan in de gezamenlijke agenda’s of zorg voor een goede notitie in Parnassys. Sommige kinderen denken er ook in volgende jaren nog aan! (Fiddelaers-Jaspers, 2020, p. 285). Dit geldt uiteraard ook voor de rest van het gezin.