De algemeen beschreven kenmerken van ADHD zoals ze in de DSM 5-TR staan, vind je op de pagina ADHD. Op deze pagina gaat het met name over het verschil in gedrag dat meisjes met ADHD laten zien.
Lees meer over ADHD en ADD in deze boeken van Anton Horeweg:
Meisjes met ADHD worden vaak over het hoofd gezien. Jongens krijgen de diagnose ADHD twee tot drie keer zo vaak. (Nadeau, 2017; Krinzinger, 2019; Pountney, 2022; NJI, 2025). Het gedrag van meisjes met ADHD in de klas lijkt meestal niet op dat van jongens met ADHD (uiteraard kan dat wel!). Hun gedrag wordt dan ook verkeerd beoordeeld: het lijkt alsof deze meisjes expres doen wat ze doen, maar ook bij hen is dat geen kwestie van willen, maar van nog niet kunnen. Meisjes met een voornamelijk onoplettende presentatie (ADD) worden veel minder snel herkend dan jongens of meisjes met gecombineerde symptomen (Johnson e.a., 2023).
Vaak wordt pas ontdekt dat ze ADHD hebben als ze in het VO zitten. Ze lopen dan vast doordat ze net zo min als jongens met ADHD kunnen plannen en organiseren. Een korte documentaire over meisjes met ADHD (10 minuten) van Jacqueline van de Sande(2022). Wat je kunt doen voor meisjes met ADHD lees je verderop.
Meisjes met ADHD merken vaak dat ze moeite hebben om hun aandacht ergens bij te houden of chaotisch denken. Ze zijn dus meestal niet hyperactief. Sommige meisjes hebben last van stemmingswisselingen (NJI, 2025).
De omgang met leeftijdgenoten soms minder goed, waardoor deze meisjes erg eenzaam zijn (van de Sande, 2024). Meisjes met ADHD hebben meer moeite met beoordelen van de sociale interactie dan meisjes zonder ADHD. Er kunnen dan bijkomende problemen ontstaan als angststoornis en depressie. Pubermeisjes met ADHD lopen door hun impulsieve gedrag meer risico: impulsief en onbeschermd seksueel gedrag, onvoorzichtig gedrag (webcam, foto) op internet (Pollak, 2019).
De puberteit is voor meisjes met ADHD niet heftiger dan voor meisjes zonder ADHD. In de puberteit worden bij alle jongeren bijvoorbeeld de emoties sterker. Wat opvalt in de puberteit:
Kinderen met ADHD hebben veel negatieve interacties met de omgeving, die niet altijd begripvol is. Als negatieve ervaringen en reacties vanuit de omgeving geïnternaliseerd worden, kan dat bijdragen aan het ontwikkelen van negatieve gedachten over zichzelf. Bijvoorbeeld: ‘Ik kan het toch niet’; ‘Ik haal nooit een voldoende’; ‘Het gaat me nooit lukken om het op tijd af te krijgen’ (Vande Sande, 2025). Afwijzing, er niet toe doen, het gevoel niet te passen,
het gevoel ‘te’ te zijn (te druk, te onhandig, te snel, te
langzaam). Er ontstaat soms faalangst,
gebrek aan zelfvertrouwen, boosheid en allerlei in meer
of mindere mate effectief aanpassingsgedrag.
Kinderen kunnen dus gaan denken dat ze niet goed genoeg, niet slim of niet aardig genoeg zijn. De last van een negatief zelfbeeld kan groter zijn dan de last die voortkomt uit gedragingen die ADHD genoemd worden.
Veel meisjes met ADHD hebben in de puberteit de neiging om niet over hun gevoelens te praten. Vaak uit schaamte of omdat zij denken toch niet begrepen te worden. Ze begrijpen immers zichzelf niet eens, hoe moet een ander dat begrijpen? Als mensen hun gevoelens niet uiten, maar internaliseren, kunnen ze klachten ontwikkelen als hoofdpijn, buikpijn, dwangmatig of perfectionistisch gedrag, somberheid en angsten. Meisjes met ADHD hebben tweeënhalf keer meer kans dan andere meisjes op het ontwikkelen van een stemmingsstoornis. (Nadeau, 2017).
Bij jongens is druk en warrig gedrag vinden mensen druk en chaotisch gedrag vaker acceptabel en wellicht zelfs stoer. Maar bij meisjes wordt het minder gepast gevonden. Daarom laten meisjes in hun gedrag eerder en in grotere mate aanpassingsgedrag zien. Een hang naar sociaal wenselijk gedrag om toch vooral maar oké gevonden te worden (Wildervanck, 2025)
Voor deze groep meisjes is vriendschap van nog groter belang was dan voor meisjes in het algemeen. Maar er bleek ook uit dat juist het sluiten en houden van vriendschap voor deze groep lastiger was (Hinsaw, 2002; Hinsaw, 2021; Cardoos, 2011)
In een onderzoek zagen onderzoeker dat meisjes met ADHD op elk meetmoment gedurende een zomerkamp minder wederkerige vrienden en vaker helemaal geen vrienden hadden, vergeleken met controles. De kwaliteit van vriendschappen van meisjes met ADHD bevatte vergelijkbare positieve kenmerken als bij de groep zonder ADHD, maar ook méér negatieve kenmerken: o.a. conflict en relationele agressie (Hinsaw, 2002).
Meisjes met ADHD benoemen specifieke uitdagingen als het vasthouden van aandacht, moeite met plannen van taken, en zich snel vervelen in de klas (McDougal, e.a. 2023). Ook bij meisjes komen leerstoornissen veel voor (Rusriyyah, 2023; Barkley, 2022; Jangmo, e.a., 2019) Dit komt zoals je eerder kon lezen door minder goede prikkelverwerking en zwakkere executieve functies. (Krijgsman-van den Hoorn, 2018). Dit heeft niets van doen heeft met intelligentie, maar kan wel het goed maken van het werk en goed leren in de weg zitten. In hun latere leven hebben vrouwelijke studenten met ADHD aanzienlijk lagere cijfers, lopen vaker studieachterstand op en hebben meer hulp nodig hebben bij studieplanning( LeBouef, 2025). In een meta-analyse van vijf grote cohorten werd aangetoond dat meisjes met ADHD gemiddeld lagere scores hebben op begrijpend lezen, schriftelijke expressie en wiskunde vergeleken met jongens met ADHD, ondanks vergelijkbare ernst van ADHD. (Mowlem, 2020). Meisjes hebben dus meer ‘last’ van ADHD. Slechtere prestaties zie je vooral in wiskunde en schrijfvaardigheid. Vroege interventie op taalvaardigheid had langdurige positieve effecten (Owens, 2020).
Veertig procent van de kinderen met ADHD heeft een zwakke taalvaardigheid (Boerma, 2023). Zowel taalproductie- als taalbegripsproblemen komen voor. De groep meisjes met ADHD heeft ook te maken met problemen in taalproductie en taalbegrip, met als gevolg moeite op school en lagere sociale participatie (Katsarou, 2024).
Taalproblemen bij meisjes met ADHD uiten zich vaak in minder zichtbare aspecten zoals moeite met het maken van sociale inferences, het vertellen van samenhangende verhalen (pragmatiek) of zich uitdrukken in sociaal complexe situaties.
Jongens laten vaker ernstige gedragsproblemen en impulsiviteit zien bij taalproblemen, terwijl meisjes vooral problemen in nuance, sociale communicatie en structuur van verhalen vertonen; deze blijven vaak onopgemerkt. Een subgroep meisjes heeft relatief goede basisgrammatica, maar duidelijke tekorten in organisatie, verhaalopbouw en toepassing van taal op sociaal gebied. In al deze domeinen is er veel overlap tussen ADHD en andere taalstoornissen, maar ADHD-meisjes vertonen vaker subtiele, maar sociaal relevante taalproblemen (Mendez-Freije, 2023).
Hierdoor worden deze problemen minder snel herkend, minder snel als “ernstig” beschouwd. en logischerwijze daarom vaak later behandeld, terwijl uit een recente, grote studie bleek dat meisjes met ADHD slechter scoren dan jongens met ADHD of meisjes zonder ADHD (Li, 2024).
Ook rekenproblemen komen voor, Met name ‘rekenen in het dagelijks leven’, zoals het berekenen van een fooi in een restaurant en het berekenen van afstand, tijd en kosten van reizen. Een andere punt is ‘Tijd begrijpen’, wat het vermogen weerspiegelt om de tijd tussen gebeurtenissen te bepalen en tijdmanagement. (Henry, 2024).
Meisjes met ADHD hebben vaker internaliserende stoornissen als bijkomende stoornis, zoals angststoornissen en depressie, terwijl jongens vaker oppositioneel-opstandige stoornis (ODD) en gedragsstoornis (CD) vertonen. Verschillen blijven zichtbaar tot in de volwassenheid (Hinsaw. 2022; Seymour, 2021). De klachten lijken bij meisjes constant te blijven, waar bij jongens de verschijnselen afnemen in de loop der jaren (Sciberras, 2021).Meisjes vertonen in de adolescentie vaker zelfverwondend gedrag, terwijl jongens vaker betrokken raken bij criminele activiteiten en middelengebruik (Owens, 2021). tot slot: Meisjes met ADHD hebben hogere kans op autismespectrumstoornis gecombineerd met angst, terwijl jongens vaker ADHD met tics of gedragsstoornissen hebben (Williamson, 2024)
Jacqueline van de Sande, auteur van o.a. Druk en dromerig Voor ouders, leerkrachten en meisjes, maakte met Evi van Lier een korte documentaire over meisjes met ADHD. Zij is zelf een ‘meisje met ADHD‘ en haar kennis van ADHD zet ze in om deze meisjes te helpen.
Wil je als leerkracht beter leren omgaan met druk en impulsief gedrag in je klas? In de training Druk gedrag in de klas krijg je praktische handvatten om kinderen met ADHD effectief te ondersteunen. Met aandacht voor signalen, emotieregulatie en helpend leerkrachtgedrag.
📘 Inclusief het boek: Kinderen met ADHD in de klas. Praktische gids voor leraren.
Allereerst: Het gaat er om dat de behoefte aan hulp, begeleiding, of diagnose wordt onderschat bij meisjes met ADHD. Leerkrachten en ouders denken bij meisjes met ADHD vaak: “ze halen het wel” of “het valt wel mee”, (omdat er geen forse gedragsproblemen zijn), terwijl er juist sprake kan zijn van forse obstakels die niet als zodanig uitgelegd worden. Hun cognitieve capaciteiten op zich worden niet als minder ervaren, maar de ernst van hun problemen (en dus ook hun prestaties en sociale ontwikkeling) worden te vaak onderschat door de omgeving (Katsarou, 2024; Mendez-Freije, 2023).
Het helpt als je meisjes met ADHD uitlegt dat het niet een soort karakterfout of onwil is. Psycho-educatie geven is daarom aan te bevelen Bij het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie vind je een handig boekje voor psychoeducatie bij ADHD (KC-KJP, 2024).
De omgeving aanpassen helpt ook, daarover lees je op deze pagina nog meer.
Het helpt ook om de leerkracht een training over ADHD te laten doen. Leerkrachten kunnen veel doen om kinderen met ADHD te ondersteunen. Passend onderwijs maak je door aanpassingen in de dagelijkse routine en soms aanpassen van je instructie en leerkrachthandelen. Je ‘sleutelt’ dus eerder aan je eigen handelen dan aan het kind.
Soms missen meisjes met ADHD missen vaardigheden die nodig zijn in de dagelijkse schoolsituatie. De benodigde vaardigheden ontwikkelen zich bij hen langzamer. Dat wil overigens niet zeggen dat ze die vaardigheden niet kunnen leren, ze hebben alleen vaak meer en langer ondersteuning nodig. Op het pedagogisch vlak (met name jouw houding) is soms een aanpassing nodig. Zo blijkt uit onderzoek dat het erkennen van de moeite die deze kinderen doen om goed functioneren in de klas, al bijdraagt aan beter welbevinden (Horeweg, 2021).
Om vast te stellen wat het kind kan, kun je beginnen met een tijdsteekproef. Daaruit komt naar voren hoeveel procent van de tijd het kind taakgericht bezig is. Vandaar uit kun je dan samen met het kind gaan kijken waar je naar gaat streven. Bijvoorbeeld 5 minuten geconcentreerd werken.
Om te beginnen is het verplicht om ouders te betrekken als je een handelingsplan maakt voor een leerling. Leerlingen hebben Hoorrecht, ook in het basisonderwijs. Spreek samen (met kind en ouders) af wat misschien haalbaar is. Dit is sinds 2025 verplicht.
Als het kind denkt dat het niet werkt, lukt het niet. Als je samen iets afspreekt en dat blijkt nog niet haalbaar is dat niet erg. Spreek samen een nieuw doel af. Mopper er niet over, ga ervan uit dat iedereen van goede wil is. Je kunt ook afspreken met het kind dat het even een loopje mag hebben, als het merkt dat het blijven zitten te moeilijk wordt. Sommige kinderen hebben altijd iets vast om te friemelen. Sta dit toe: de bewegingsdrang moet ergens naar toe en friemelen stoort andere kinderen nauwelijks.
Let op: recent onderzoek laat zien dat tangles, fidgetspinners en dergelijke soms het leren in de weg zitten (Driessen e.a., 2023). Ook wiebelkussens helpen niet altijd en moet je zeker niet de hele dag gebruiken (Handboek Gedrag op school, 2021, deel 1)
Uit onderzoek blijkt dat kinderen met ADHD significante taalproblemen hebben.
Voor alle kinderen is sport en spel, zowel binnen de structuur van de gymles als in de vrije situatie in de pauzes, belangrijk. Voor kinderen met ADHD geldt dat misschien nog wel meer. Het is dan ook nooit zinvol om een kind met ADHD de gymles of de pauze te ontzeggen bij wijze van straf of om extra te leren. Zorg wel voor goede afspraken met betrekking tot gym. Alle kinderen worden wat uitgelaten bij het zien van de gymzaal. Vergelijk het maar met jonge honden op een groot leeg strand. Voor kinderen met ADHD geldt dit nog meer. In de gymzaal is de klassenstructuur weg. De omgeving nodigt uit tot roekeloos, onnadenkend wild gedrag.
Horeweg, A. (2021). ADHD in de klas. Praktische gids voor leraren. Leuven: LannooCampus.
Interview Jacqueline van de Sande over ADHD bij meisjes (2024). Omroep Gelderland.
Interview Anton Horeweg in Onderwijsblad van de AOb.
Vlog Anton Horeweg over ADHD: Academische werkplaats voor ADHD en druk gedrag.
Over ADHD, met Anton Horeweg, Laura Batstra en Rob Pereira (21 nov. 2017). NPO 1 Radio Programma De Nieuws bv jr.
Interview met Anton Horeweg over omgaan met kinderen met ADHD in de klas door Juf Julie (2023).
Meer boeken over gedrag, didactiek en schoolontwikkeling
Alle literatuur van deze site zien? Klik op literatuur.
Barkley, R. A. (2022). Treating ADHD in children and adolescents. Guilford Publications.
Barkley, R. A. (2022). Improving clinical diagnosis using the executive functioning—Self-regulation theory of ADHD. The ADHD Report, 30(1), 1-9. https://doi.org/10.1521/adhd.2022.30.1.1
Becker, S.P., & Barkley, R.A. (2018). Sluggish cognitive tempo. In T. Banaschewski, D. Coghill & A. Zuddas (Eds.), Oxford textbook of attention deficit hyperactivity disorder (pp. 147–153). Oxford, UK: Oxford University Press.
Barkley, R.A. (2013). Diagnose ADHD. Een gids voor ouders en hulpverleners. Amsterdam: Pearson.
Blachman, D. R., & Hinshaw, S. P. (2002). Patterns of friendship among girls with and without attention-deficit/hyperactivity disorder. Journal of Abnormal Child Psychology, 30(6), 625-640.
Carruthers, S., Taylor, L., Sadiq, H., & Tripp, G. (2021). The profile of pragmatic language impairments in children with ADHD: A systematic review. Development and Psychopathology, 1-23. https://doi.org/10.1017/S0954579421000328
Driesen, M., et al. (2023). Tools or Toys? The Effect of Fidget Spinners and Bouncy Bands on the Academic Performance in Children With Varying ADHD-Symptomatology. Contemporary Educational Psychology, 102214. https://doi.org/10.1016/j.cedpsych.2023.102214
Dvorsky, M. R., & Langberg, J. M. (2019). Predicting impairment in college students with ADHD: The role of executive functions. Journal of Attention Disorders, 23(13), 1624–1636.
Eenhoorn, A. (2012). ADHD bij kinderen. Tielt: Lannoocampus.
Jangmo, A., Stålhandske, A., Chang, Z., Chen, Q., Almqvist, C., Feldman, I., … & Larsson, H. (2019). Attention-deficit/hyperactivity disorder, school performance, and effect of medication. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 58(4), 423-432. https://doi.org/10.1016/j.jaac.2018.11.014
Horeweg, A. (2021). Handboek Gedrag op school. 2e druk Huizen: Pica.
Horeweg, A. (2024). Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs. Leuven: LannooCampus.
Horeweg, A. (2015). Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs. Houten: Lannoocampus. Niet meer leverbaar.
Johnson, C. L., Gross, M. A., Jorm, A. F., & Hart, L. M. (2023). Mental Health Literacy for Supporting Children: A Systematic Review of Teacher and Parent/Carer Knowledge and Recognition of Mental Health Problems in Childhood. Clinical Child and Family Psychology Review, 26(2), 569–591. https://doi.org/10.1007/s10567-023-00426-7
Katsarou, D. V., Efthymiou, E., Kougioumtzis, G. A., Sofologi, M., & Theodoratou, M. (2024). Identifying Language Development in Children with ADHD: Differential Challenges, Interventions, and Collaborative Strategies. Children, 11(7), 841. https://doi.org/10.3390/children11070841
Kofler, M. J., Spiegel, J. A., Soto, E. F., Irwin, L. N., Wells, E. L., & Austin, K. E. (2019). Do working memory deficits underlie reading problems in attention-deficit/hyperactivity disorder (ADHD)? Journal of Abnormal Child Psychology, 47, 433-446.
Kolthof, H.J., Staff, A., van der Heijden, F. et al. Over het ongedaan maken van een psychiatrische diagnose. Kind Adolescent 38, 137–147 (2017). https://doi.org/10.1007/s12453-017-0150-y
Krijgsman- van den Hoorn, G. (2018). Relaties tussen Sensorische Prikkelverwerking, Executief Functioneren en Schoolprestaties in het Basisonderwijs. Open Universiteit, Maastricht.
Krinzinger, H., Hall, C. L., Groom, M. J., Ansari, M. T., Banaschewski, T., Buitelaar, J. K., … & ADDUCE Consortium. (2019). Neurological and psychiatric adverse effects of long-term methylphenidate treatment in ADHD: A map of the current evidence. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 107, 945-968.
LeBouef, S., & Sieving, R. (2025). Promoting mental health and academic success among first-generation college students: Insights for health-care professionals. Journal of Adolescent Health, 76(2), 345–352. https://doi.org/10.1016/j.jadohealth.2024.10.005
Lee, Y., Mikami, A.Y. & Owens, J.S. Children’s ADHD Symptoms and Friendship Patterns across a School Year. Research on Child & Adolescent Psychopathology 49, 643–656 (2021). https://doi.org/10.1007/s10802-021-00771-7
Li, L. M., Lin, H., Georgiades, K., & Wade, M. (2024). Using machine learning to identify correlates of youth mental health and well-being: A cross-sectional population study. SSRN Electronic Journal. https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=5108491
McDougal, E., Tai, C., Stewart, T. M., Booth, J. N., & Rhodes, S. M. (2023). Understanding and Supporting Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) in the Primary School Classroom: Perspectives of Children with ADHD and their Teachers. Journal of Autism and Developmental Disorders, 53(9), 3406–3421. https://doi.org/10.1007/s10803-022-05639-3
Mowlem, F. D., Rosenqvist, M. A., Martin, J., Lichtenstein, P., Asherson, P., & Larsson, H. (2020). Sex differences in predicting ADHD clinical diagnosis and pharmacological treatment. European Child & Adolescent Psychiatry, 29(4), 513–525. https://doi.org/10.1007/s00787-019-01341-3
Méndez-Freije, I., Areces, D., & Rodríguez, C. (2023). Language Skills in Children with Attention Deficit Hyperactivity Disorder and Developmental Language Disorder: A Systematic Review. Children, 11(1), 14. https://doi.org/10.3390/children1101001
Owens, E. B., et al. (2021). Adolescent outcomes of girls and boys diagnosed with ADHD in childhood. Development and Psychopathology, 33(4), 1231–1244. https://doi.org/10.1017/S0954579420000833
Pollak, Y., Dekkers, T. J., Shoham, R., & Huizenga, H. M. (2019). Risk-Taking Behavior in Attention Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD): A Review of Potential Underlying Mechanisms and of Interventions. Current Psychiatry Reports, 21(5), 33.
Pountney, L., & Liang, H. (2022). 1375 ADHD and girls; hearing their stories: a qualitative exploration of the experiences of girls being diagnosed with attention deficit hyperactivity disorder. BMJ Journals, Volume 107, Issue Suppl 2, http://dx.doi.org/10.1136/archdischild-2022-rcpch.521
Sciberras, E., et al. (2023). Emotional and behavioural comorbidity in girls and boys with ADHD: A longitudinal perspective. Child Psychiatry & Human Development, 54(5), 1212–1224. https://doi.org/10.1007/s10578-022-01374-1
Servera, M., Sáez, B., Burns, G. L., & Becker, S. P. (2018). Clinical differentiation of sluggish cognitive tempo and attention-deficit/hyperactivity disorder in children. Journal of abnormal psychology, 127(8), 818.
Williamson, D., et al. (2024). Gender differences in psychiatric and neurodevelopmental comorbidities in ADHD: A population-based cohort. BMC Psychiatry, 24(1), 73. https://doi.org/10.1186/s12888-024-05281-5