Pesten in de klas

Een aantal feiten over pesten:

  • Ongeveer 23% van de kinderen in het basisonderwijs zegt regelmatig gepest te zijn.
  • Pesten is iets anders dan plagen. Pesten gaat uit van machtsongelijkheid. De zwakkere wordt soms incidenteel, maar vaak voortdurend en systematisch lastiggevallen door de sterkere(n).
  • Pesten komt vaker voor dan je als leerkracht kunt zien. Ongeveer 80% van het pesten gebeurt buiten het zicht van de leerkracht. Bijvoorbeeld in de kleedkamer bij  gym, onderweg in de rij, op de gang of de toiletten, enz.
  • Er zijn zichtbare vormen van pesten, zoals uitschelden, spullen afpakken, spullen vernielen, vernederen, enz. En onzichtbare manieren, zoals buitensluiten, negeren, enz.
  • Pesters hebben zelf ook problemen. Die moeten ook aangepakt worden. Het mag echter nooit een excuus zijn om te pesten.
  • Pesten is een groepsprobleem. Er is nooit één dader. Op zijn minst zijn er andere kinderen die dit gedrag tolereren.
  • Pesten moet aangepakt worden samen met alle betrokkenen: de dader(s), de slachtoffer(s), de leerkracht, de ouders, de andere kinderen.
  • Bagatalliseer pesten nooit. Je mag pesten als leerkracht nooit goed vinden.
  • Zeg niet tegen de gepeste: “Je vraagt er ook wel een beetje om.” Niemand vraagt er om om gepest te worden.
  • Het is voor de gepeste vaak een heel grote stap om hulp te vragen aan de leerkracht. Stap dus als het gepeste kind niet naar jou komt, zelf naar het kind toe. Wel met uiterste discretie natuurlijk!
  • Als kinderen melden dat er gepest wordt, is dat geen klikken! Stuur deze kinderen niet weg, maar bedank ze juist voor het melden van een serieus probleem.
  • Gepest zijn kan doorwerken tot ver in de volwassenheid. Sommige gepesten houden hier hun hele leven last van, iets wat de daders zich niet realiseren.

uitschelden_gedragsproblemenindeklasnl

Hardnekkig probleem

Pesten blijkt een hardnekkig probleem. Er zijn boeken en websites vol over geschreven en toch houdt het pesten niet op. Ook blijken er nog steeds leerkrachten te zijn die het probleem ontkennen, bagataliseren of geen idee hebben wat zij er aan moeten doen. Een ding is duidelijk: pesten bestrijden is moeilijk. Zoals gezegd is het probleem blijkbaar onuitroeibaar, want ondanks al die boeken, al die websites is het probleem nog niet opgelost. Sterker nog: ook vele volwassenen worden gepest. Als leerkracht kun je het pestprobleem dus niet altijd oplossen. Dat mag je jezelf niet verwijten. Maar je moet er wel iets aan proberen te doen. Als je niets doet, dan mag jou dat zeker verweten worden.

Pesten nader uitgelegd: de rollen

Als er in een klas gepest wordt zijn er vaak een aantal standaardrollen die kinderen hebben. Die rollen kun je ook best met kinderen bespreken. Vaak realiseren zij zich niet, dat ze óók een rol spelen bij het pesten, ook al doen ze niets.

  • Allereerst is er natuurlijk de gepeste. Dit kind (het kunnen ook meer kinderen zijn, maar voor het verhaal houd ik het bij enkelvoud) is degene die zwakker is dan degene(n) die hem pesten. Kinderen denken zelf dat er een reden is waarom ze gepest worden. Ze denken dan aan dingen als: ik ben lelijk, ik heb een beugel, ik heb een bril, enz. Dat blijkt niet te kloppen. De pester zoekt een slachtoffer: bij dat slachtoffer wordt een reden “verzonnen.” Er zijn verhalen van bloedmooie, slimme kinderen, die toch slachtoffer waren van pesters. De gepeste lokt het pesten (in de regel) níet uit! Het kan wel zijn, dat het kind verkeerd reageert op het pesten of op andere kinderen die echt willen helpen. Door de continue stress en het groeiende wantrouwen tegen anderen, kan het kind wel verkeerde reacties vertonen. Heel soms komt het voor dat een kind de onzekerheid niet meer aankan (wanneer halen ze weer wat met me uit?) en het pesten op dat moment dan maar zelf “uitlokt” door de pester te provoceren. Er is nu tenminste duidelijkheid.
  • De pester: De pester wil graag domineren.  Hij wil de baas zijn, maar tegelijkertijd wil hij dat anderen hem accepteren. De pester bestaat vaak bij de gratie van anderen. Er zijn meestal een aantal meelopers, die de pester helpen. De pester heeft vaak problemen thuis of op school. Dat zijn voor hem of haar onoplosbare problemen. Die worden afgereageerd op een zwakker kind. De pester alleen maar straffen zal het probleem dus nooit oplossen. De no blame methode gaat daar van uit. Ook de pester heeft dus uiteindelijk hulp nodig. Het komt nog al eens voor dat de pester vroeger zelf gepest werd. Om dit te voorkomen heeft hij deze rol genomen.
  • De meelopers: zij zijn vaak bang voor de pester. Door mee te doen zorgen ze dat zíj in ieder geval geen slachtoffer worden. Ook bewonderen ze de pester soms of willen ze laten zien dat zij óók durven. Door mee te doen horen ze bovendien bij de groep. Ze gaan vaak nog een stapje verder in hun gedragingen dan de pester.
  • De wegkijkers of buitenstaanders: het grootste gedeelte van je klas. Deze kinderen zien het pesten wel. Ze doen echter niets, uit angst zelf slachtoffer te worden. Als je anoniem briefjes laat invullen met de vraag: zie jij wel een dat er iemand in deze klas gepest wordt? Met als tweede vraag: wie worden er dan gepest?  Kun je soms verrassende antwoorden krijgen.
  • De helper: soms is er een enkel kind dat wèl durft op te komen voor de gepeste. Dit kind gaat wel met het slachtoffer om, ondanks alle moeilijkheden.
  • De leerkracht: niet vaak genoemd, maar hij of zij heeft wel degelijk een rol in dit geheel. De manier waarop de leerkracht reageert op het pesten, maar ook op de gepeste en de pester kan absoluut invloed hebben.

pesten_met_een_groep_gedragsproblemenindeklasnl

Signalen: wordt er gepest?

Er zijn een aantal signalen die er op kunnen wijzen dat een kind gepest wordt. Het lastige is dat die signalen niet altijd optreden, niet altijd zichtbaar zijn of op andere oorzaken kunnen hebben. Bij twijfel: ga in gesprek met het kind, daar wordt niemand slechter van.

  • Het kind is stiller geworden.
  • Het kind heeft ineens geen vriendjes of vriendinnetjes meer of dat aantal neemt duidelijk af.
  • Het kind “haat” ineens andere kinderen of zegt dat de anderen hem “haten.”
  • Het kind heeft last van buikpijn, hoofdpijn en andere (vage) klachten.
  • Het kind wil ineens niet meer meegymen of niet mee op schoolkamp.
  • Het kind wil ineens niet meer met (bepaalde) andere kinderen samenwerken.

Wat kun je doen in de klas:

Daarover bestaan verschillende meningen. Ik vind dat pesten een groepsprobleem is. Kijk dus met je groep hoe je dit probleem kunt oplossen. Voordat je dit eventueel gaat doen, kun je jezelf echter vast een aantal dingen afvragen:

  • Zijn de pesters in deze klas gefrustreerd door het niet kunnen voldoen aan de eisen die de leerstof stelt? Met andere woorden, kunnen zij het werk wel aan?
  • Geef ik als leerkracht door mijn gedrag aanleiding tot pestgedrag? Ben ik bijvoorbeeld negatief of sarcastisch naar de pester? Hetzij over het niet kunnen voldoen aan de leerstofeisen, hetzij over het gedrag van dit kind?
  • Laat ik merken dat ik de gepeste een vervelend kind vind? Andere kinderen zullen namelijk een kind dat door jou (onbewust) wordt “afgekeurd” ook afkeuren. Dit kan makkelijk pestgedrag uitlokken. Bekijk of je ook geen kleine uitingen van afkeuring laat zien, zoals dramatisch zuchten als het kind je ergernis oproept.

Als je één bovenstaande punten met ja hebt beantwoord, kun je al beginnen een oorzaak van pestgedrag weg te nemen. Bij ontkennende antwoorden moet je verder met het bestrijdingsplan.

pesten_intimidatie

Help de gepeste:

  • Spreek in vertrouwen met het gepeste kind. Maak niets openbaar tegen de wil van het kind.
  • Probeer het kind er wel van te overtuigen, dat er IETS moet gebeuren en dat anderen dit dus te weten komen.
  • Bied steun aan het gepeste kind. Neem het kind zeer serieus.
  • Vertellen dat het kind moet “terugvechten” is niet nuttig. Het kind is immers duidelijk de zwakkere partij? Zoveel mogelijk negeren is nog het beste, maar maakt de sfeer nog steeds niet veilig.
  • Bespreek met het kind wat voor hem een oplossing kan zijn.
  • Spreek met het kind af dat het vertelt wat er aan de hand is, omdat jij niet alles kan zien. Sommige kinderen hebben zeker als ze jonger zijn, het idee dat de juf of meester “alles weet” en dus ook van het pesten weet.
  • Licht de ouders van het kind in en vraag wat zij gemerkt hebben.
  • Bespreek of het gepeste kind misschien sociale vaardigheidstraining nodig heeft.

Help de pester:

  • Praat met de pester en kijk of je inzicht kunt krijgen in de gedachte achter het pesten. Hoe lastig misschien ook: beschuldig het kind niet.
  • Leg uit hoe een gepest kind zich voelt en welke gevolgen pesten kan hebben. Vaak realiseren kinderen zich dit niet!
  • Leg aan het kind uit, dat het pesten moet stoppen en hoe jij daarmee aan de slag gaat.
  • Licht de ouders van het kind in. Hebben zij iets gemerkt van het pesten? Maak ook hen duidelijk dat het pesten moet stoppen en wat jij gaat doen om dit voor elkaar te krijgen.
  • Bekijk of het kind sociale vaardigheidstraining nodig heeft.
  • Benoem duidelijk de eventuele consequenties voor de pester als het pesten niet stopt.
  • Maak een vervolg afspraak om te bekijken hoe het dan gaat.

In gesprek met de meelopers en buitenstaanders: de rest van de klas dus.

  • Vertel aan je groep dat er in de klas gepest wordt. Dat zal geen verrassing zijn.
  • Bespreek klassikaal de verschillende rollen in het pestproces (zie boven). Leg ook uit dat pesters vaak zelf problemen hebben en niet altijd “slechte kinderen” zijn.
  • Maak goed duidelijk dat buitenstaanders/wegkijkers die van het pesten weten en niets doen eigenlijk even schuldig zijn.
  • Prijs (in het algemeen) kinderen die de moed hebben voor de gepeste op te komen en vertel dat een hele groep SAMEN het pesten van een enkele pester kan stoppen.
  • Leg uit dat komen vertellen dat iemand gepest wordt absoluut geen klikken is.
  • Maak goed duidelijk dat jij niet alles kan zien en dat hun hulp hierbij belangrijk is.
  • Bedenk met de klas wat ze kunnen doen om pesten tegen te gaan. Houd ook dit algemeen en laat geen namen noemen.
  • Moedig kinderen aan om hun mening over pestgedrag te geven. De meeste kinderen zijn namelijk gewoon tegen pesten. Als veel kinderen zich tegen pesten uitspreken, maakt dat anderen duidelijk dat ze niet alleen staan in hun afkeuring hiervan.
  • Stel dat je klas geen oplossingen kan (of wil) geven: zeg dan dat je morgen op de zaak terugkomt, omdat het zeer belangrijk is dat zij met zijn allen oplossingen verzinnen.
  • Maak duidelijk dat jij pesten nooit tolereert en dat je alles zult doen om pesten te bestrijden en te voorkomen. Jouw besliste houding in deze is zeer belangrijk!
  • Vertel de groep dat je de directie van de school op de hoogte brengt en mogelijk ook sommige ouders. Doe dit ook echt. Het geeft aan hoe belangrijk jij het vindt dat het pesten stopt.
  • Vertel dat je over een paar dagen op de zaak terugkomt, om te kijken hoe het gaat.
  • Denk niet dat het pesten hierna over is. Pestgedrag heeft de neiging terug te komen. Evalueer na 6 weken wéér met zijn allen hoe het nu gaat. Blijf alert!

In gesprek met de ouders van de pester:

Ouders zullen vaak even verbaasd zijn over het pesten als jij. Ze zullen misschien als eerste reactie wel ontkennend reageren dat hun kind een pester is. Het kan zijn dat ze gaan uitleggen hoe het gepeste kind het uitlokt, enz. Dat is een begrijpelijke reactie. Er zijn niet heel veel ouders die hun kind proberen op te voeden tot pester en nu juichend zullen reageren omdat het gelukt is. Als gedurende het gesprek blijkt dat hun kind toch echt een pester is, zullen de meeste ouders bereid zijn mee te werken om dit gedrag te stoppen.

  • Probeer het gesprek constructief te houden. Kinderen maken fouten, ze moeten er van leren.
  • Zoek samen met de ouders (en eventueel het kind) naar een goede oplossing. Alleen maar blijven zeuren over het gebeurde lost het probleem namelijk niet op. Laat de pester excuses maken aan de gepeste, eventueel met de ouders erbij. Let er op of het gemeende excuses zijn. Er zijn ook kinderen die heel “makkelijk” sorry kunnen zeggen.Bij Kanjertraining laten de trainers meiden die ruzie hadden of pestten, elkaar omhelzen. Als ze elkaar niet “echt”omhelzen, geeft dit vaak aan dat de strijd geenszins over is.
  • Bespreek wat de consequenties zijn als het pestgedrag weer terug komt.
  • Spreek af dat je over een week weer contact opneemt om te vertellen hoe het gaat en om te horen of zij iets gemerkt hebben.
  • Als er ouders zijn die afwijzend blijven reageren, de schuld bij andere kinderen leggen of vinden dat een geintje op zijn tijd moet kunnen, is het goed om het gesprek te beëindigen.
  • Vertel hen dat je gaat overleggen met de directie hoe dit verder moet gaan, omdat je niet tevreden bent met dit gesprek.
  • In het pestprotocol van de school staan er vast stappen die er nu ondernomen moeten worden.

In gesprek met de ouders van het gepeste kind:

Misschien wisten deze ouders al wat er aan de hand was. Het kan zijn dat zij een gedragsverandering bemerkten bij hun kind, dat het misschien niet naar school wilde, enz. Misschien zijn deze ouders zelf wel naar je toe gekomen.

  • Vertel aan hen wat je bemerkt hebt.
  • Leg uit welke stappen je al ondernomen hebt en welke stappen je nog gaat volgen. Duidelijkheid is belangrijk. Ouders mogen niet de indruk krijgen dat de school niets aan het probleem doet!
  • Spreek af dat je over een week weer contact hebt.

Wat kan (moet) de school doen?

  • Elke school is met ingang van schooljaar 2015 verplicht om de veiligheid op school te monitoren. Een veiligheidsplan is verplicht, evenals een persoon die daarvoor verantwoordelijk is. Dit moet bekend zijn bij leerkrachten, ouders en kinderen.
  • Alle leerkrachten moeten uitdragen dat pesten niet wordt getolereerd en dat iedereen mee moet helpen om de school plezierig te houden.
  • Elk volwassen personeelslid grijpt meteen in bij pestgedrag. Denk hierbij groepsoverstijgend en schoolbreed. Die kinderen zitten niet in mijn klas is dus geen argument. Spreek dit af in het team.
  • De school moet zorgen voor toezicht op “pestplekken.” Denk daarbij aan onoverzichtelijke hoekjes van het speelplein, de kleedkamers, de rij naar gym, de toiletten, enz.
  • De school moet door alle leerjaren heen een positief klimaat scheppen, waarin regelmatig aan de orde komt hoe je samen problemen kunt oplossen en andere kinderen kunt helpen bij moeilijkheden.
  • De kinderen moet geleerd worden dat pesten not done is. Ze moeten leren om in de bres te springen voor de zwakkere kinderen. Kunnen ze dit niet, of helpt dit niet, dan moeten ze leren het probleem altijd melden aan de leerkracht.
digipesten_gedragsproblemenindeklasnl

Cyberpesten: een nieuwe vorm van pesten

Sinds kinderen een groot deel van de dag doorbrengen met pc, laptop, tablet en smartphone, al dan niet op school, is er een nieuwe vorm van pesten ontstaan: pesten via het internet. Dit gaat makkelijker, de impact is minstens even hevig en de kans om ontdekt te worden is vele malen kleiner dan bij het ouderwetse, ambachtelijke pesten. In de beleving van kinderen is dat wat je achter je pc uitspookt volledig anoniem. Bovendien kun je op elk uur van de dag je gang gaan. Het slachtoffer hoeft niet eens in de buurt te zijn. Overigens stopt cyberpesten niet als de pc uitgaat. Het vervolg vindt vaak plaats op school: met echte ruzies en scheld- of vechtpartijen. Het pesten gebeurt vanaf de eigen pc, maar óók vanaf de pc op school!

Wat kun je doen in je klas:

  • Zorg ervoor dat er duidelijke regels zijn over wat wel en niet mag op de computer.
  • Zorg dat de pc schermen te zien zijn vanaf de plaats waar je meestal zit of staat.
  • Zorg dat de geschiedenis van bezochte pagina’s niet door de kinderen gewist kan worden.
  • Als kinderen een eigen account kunnen krijgen op school, kun je nog beter zien wat ze doen.
  • Praat met de kinderen over wat je wel en niet moet doen op internet. Denk daarbij aan het niet weggeven van je wachtwoord, geen adresgegevens verstrekken, niet alle foto’s zomaar op internet zetten, enz.
  • Leg uit dat wat gepost is, in principe nooit meer weg te krijgen is.
  • Maak kinderen er bewust van dat doorsturen van pestmail en andere pest uitingen grote impact hebben op het slachtoffer. Veel kinderen staan hier namelijk niet bij stil is uit onderzoek gebleken.
  • Zeg niet tegen kinderen dat cyberpesten dat thuis gebeurt, niets met school te maken heeft en dat ze dit thuis moeten oplossen.
  • Zorg dat je weet hoe internet in het algemeen en chat, Face Book, You tube, sms, Whats App, Twitter, enz. werken. De wereld heeft een digitale vlucht genomen. Het hoort bij je taak als leerkracht om die wereld te kennen en met de kinderen te kunnen praten over alle facetten daarvan.
  • Denk niet dat alleen pubers hiermee bezig zijn: ook op de basisschool gebeurt dit al.

cyberpesten_aanpakken_gedragsproblemenindeklas_nl_

Preventie en “damage control”

Als school krijg je dus soms te maken met kinderen die online lastig gevallen worden. Behalve bovenstaande maatregelen, is er soms ook digitaal iets te doen aan opsporing en verwijdering van vervelende berichten, foto’s en filmpjes. Zo kun je via de site www.internetsporen.nl heel veel tips vinden om materiaal veilig te stellen als kinderen gepest worden / hebben. Je kunt hier lezen  hoe je bestanden op je smart phone, pc of tablet kunt bewaren of kopiëren, zodat je ermee naar de politie kunt voor aangifte. Er zijn ook particuliere bedrijven die rechercheurs in dienst hebben voor dit soort zaken; bijvoorbeeld www.lexx-it.nl .

Aan de preventiekant wordt ook hard gewerkt. Er is een interactieve website waar kinderen vanaf groep 8 en scholieren van het V.O. Interactief kunnen beleven wat bepaalde beslissingen tijdens het internetten/cyberpesten te weeg kunnen brengen. Een van de uitkomsten van het serieuze spel is dat je uitkomt op het politiebureau wegens het plegen van strafbare feiten. De site: http://itsuptoyou.nu/

Daarnaast wordt de Rijks Universiteit Groningen de Finse methode KIVA bekeken op effectiviteit. Zesenzestig basisscholen in Nederland doen mee aan de pilot. In Finland werkt de methode goed. Voor ons land lijkt dat ook zo te zijn.

Bereik mij
Executieve functies

Aansturende regelfuncties of executieve functies: hoe beïnvloeden ze gedrag en leren? Lees meer.